Deze docu's kijk je vanaf 15 maart op NPO Doc en NPO Start

Met besprekingen van Helmut Boeijen en artikelen van de redactie

Still uit Generatie Bhagwan
  • Helmut Boeijen

Met deze week de volgende documentaires: 'Generatie Bhagwan' van Maroesja Perizonius, 'Fukushima, een kernramp van binnenuit' van James Jones, 'Never Look Away' van Lucy Lawless.

Generatie Bhagwan (75 min.)

Twintig jaar geleden exploreerde Maroesja Perizonius in de persoonlijke documentaire Communekind (2004) haar verleden als kind binnen de Bhagwan-beweging. Met een duim op haar voorhoofd werd ze als zesjarig Nederlands meisje hoogstpersoonlijk door de grote leider Bhagwan Sri Rajneesh geïnitieerd. Samen met haar moeder Lietje zou ze in totaal zeven jaar lang deel uitmaken van diens beweging.

In de film confronteerde Maroesja Perizonius, toen in de dertig, haar moeder met de hachelijke situaties waarin zij als kind, omgedoopt tot Chandra, begin jaren tachtig terecht kwam. Ze voelde zich daarbij niet gesteund en beschermd door haar als ouder. Lietje probeerde de verwijten veelal af te weren. ‘Ik ben benieuwd naar over twintig jaar als jij misschien een koter hebt van dertien of zo’, zei ze. ‘En jij denkt daar het beste mee te doen en dat die dan daar natuurlijk ook de nadelen van meemaakt.’

Welnu, die jaren zijn inmiddels verstreken. In de tussenliggende periode leek met de serie Wild Wild Country (2018) het definitieve Bhagwan-document wel te zijn gemaakt. Anno 2024 pakt Perizonius de draad echter weer op met Generatie Bhagwan (75 min.). In de openingsscène leest ze direct enkele briefjes voor die zij als dertienjarig meisje ontving van volwassen ‘sannyasins’. ‘Lieve Chandra, je bent zo’n schatje en je hebt zo’n mooi lichaam’, schrijft de één. ‘Ik vind ’t geweldig om met je te slapen’, een ander.

Perizonius ontmoet in deze nieuwe film andere kinderen die zijn opgegroeid binnen de Bhagwan-beweging. Stuk voor stuk schetsen ze een leefomgeving waarin alles wordt geseksualiseerd, inclusief zijzelf. Een oud-lid verhaalt schuldbewust over de relatie die hij als volwassene had met een tiener, maar verbaast zich erover hoe uitdagend de Bhagwan-kinderen zich toentertijd gedroegen. Als hij begint over hoe zij al op heel jonge leeftijd voorbehoedsmiddelen gebruikten, wordt het Perizonius even te veel.

Want daar zit ook de crux: de jongens en meisjes moesten zich binnen de sekte wel ontremd gedragen. Anders vielen ze uit de toon. Het seksueel misbruik dat daarop volgde heeft tientallen jaren later echter nog altijd gevolgen voor hun zelfbeeld, relaties en seksuele leven, zo toont deze ontluisterende film, die Perizonius regisseerde met Alice McShane. Zij schromen de confrontatie niet. Een notoire schuinsmarcheerder, nog altijd actief binnen de Bhagwan beweging, wordt bijvoorbeeld met draaiende camera overvallen.

Maroesja Perizonius’ queeste mondt uit in een confrontatie met Bhagwans toenmalige rechterhand Ma Anand Sheela, die er wel van geweten móet hebben. Op voorhand is al duidelijk dat het bepaald niet zeker is dat zij ook haar verantwoordelijkheid zal nemen voor het verleden (dat hier nog eens in al z’n buitenissigheid wordt getoond met toch weer schokkende beelden). Voormalige leiders zoals Sheela beperken zich doorgaans tot (geveinsd?) begrip en routineuze antwoorden. Waarvan niemand wijzer wordt.

Fukushima, een kernramp van binnenuit (90 min.)

Een aardbeving triggert op vrijdag 11 maart 2011 een tsunami in Japan. Al snel nadert het woeste water de kerncentrale Fukushima Daiichi in Ōkuma. De speciaal aangelegde zeewal is kansloos. Een nucleaire ramp dreigt, véél erger dan Tsjernobyl. In het ergste geval ontstaat er een complete meltdown en wordt het gehele noorden van het land door radioactieve straling volstrekt onbewoonbaar.

In de stemmige documentaire Fukushima, een kernramp van binnenuit (90 min.) reconstrueert regisseur James Jones (Antidote, On The President’s Orders en Chernobyl: The Lost Tapes) met enkele direct betrokkenen, deskundigen en journalisten de ramp in wording, die met nieuwsbeelden, visualisaties en dagboekfragmenten van de Japanse premier Naoto Kan héél dichtbij wordt gebracht.

De naderende catastrofe is volgens journalist Martin Fackler van The New York Times het gevolg van een aaneenschakeling van menselijke blunders. Het hoofdkantoor van de Tokyo Electric Power Company (TEPCO) in de Japanse hoofdstad zit letterlijk op afstand, heeft in de voorgaande jaren talloze waarschuwingen in de wind geslagen en stapelt ook als de nood aan de man komt weer fout op fout.

In de crisis te bezweren wordt er een team samengesteld, de zogeheten ‘Fukushima 50’. Het gaat in werkelijkheid om bijna zeventig medewerkers die achterblijven in de centrale, zodat anderen daar weg kunnen. Ze staan ogenschijnlijk voor een harakiri-missie. Onder hen is Ikuo Izawa, ploegleider reactor 1 en 2. Hij voelt zich echter bepaald geen held, vertelt ie. Eerder een medeplichtige.

Vanuit de centrale mailt Izawa zijn kinderen. ‘Ik reken erop dat jullie je om elkaar zullen bekommeren.’ Daarbij doelt hij in het bijzonder op zijn vrouw die in een rolstoel zit. ‘Dat zou een zware last worden voor mijn kinderen, maar zij waren de enigen die ik dit kon vragen.’ En dan gaat ie samen met die andere naamloze helden/medeplichtigen aan het werk om een nog veel grotere ramp te voorkomen.

De gebeurtenissen in Fukushima, die door Jones zeer indringend worden opgeroepen, onderstrepen nog maar eens met welke krachten de mens speelt als ie zich inlaat met nucleaire energie en hoe belangrijk ’t is om die onder controle te houden. De omgeving van de kerncentrale is intussen nog altijd onbewoonbaar. Het wegwerken van alle schade en vervuiling duurt vermoedelijk nog vele generaties.

Never Look Away (85 min.)

Ze legt de camera als een wapen op haar schouder, om zo de schijnwerper te kunnen zetten op wat anders onbelicht blijft. Met gevaar voor eigen leven. In opdracht van de Amerikaanse nieuwszender CNN trekt cameravrouw Margaret Moth in de jaren negentig van de ene naar de andere brandhaard. Georgië, Irak, Rwanda, Zaïre en Libanon. Net als voor veel collega’s is oorlog als een verslaving voor Moth. Oog in oog met de dood voelt ze zich springlevend.

Waarom Margaret zo is (geworden)? Daarop krijgen CNN-collega’s zoals Christiane Amanpour, Stefano Kotsonis en Joe Duran ook maar geen vat. Ergens in die onverzettelijke cameravrouw zit onmiskenbaar woede, dat zien ze wel. Haar wortels liggen in Nieuw-Zeeland. Daar laat ze zich ook al op jonge leeftijd steriliseren. Geen normaal gezinsleven voor Margaret Moth, die oogt als een zus van Joan Jett. Moth (mot) is overigens een, zo je wilt, artiestennaam. Ze heet eigenlijk Wilson en heeft volgens haar broer Ross en zussen Jan en Shirley heel wat te verbergen en vergeten.

In haar uitvalsbasis Houston leeft ze een wild leven, vol avontuur, drugs en (jongere) vriendjes. En tijdens haar werk staat Moth steeds met haar neus en camera bovenop de actie. Never Look Away (85 min.), juist. Totdat ze in Sarajevo, waar de scherpschutters op ‘Sniper Alley’ gericht op cameramensen schieten, bruut wordt afgestraft voor haar moed, het kantelpunt van deze ferme film van Lucy Lawless. Die tekent Moth levendig op - zonder al het mysterie weg te halen - met behulp van animaties, maquettes van het slagveld en - natuurlijk - het bewijsmateriaal dat zij met haar camera verzamelde.

Aankomende week op tv en online