'Ik hoop dat deze documentaire anderen die misbruik hebben ervaren helpt'
Interview met regisseur Maroesja Perizonius over 'Generatie Bhagwan'
VPRO
Regisseur Maroesja Perizonius werpt in de documentaire Generatie Bhagwan haar licht op een verzwegen en duistere kant van de Bhagwan sekte: het seksueel misbruik van kinderen. In deze DocTalk spreekt Hizir Cengiz met de maker over haar film en de sekte waarin ze zelf opgroeide.
Toen regisseur Maroesja Perizonius zes jaar oud was, sloot haar moeder zich aan bij de Bhagwan-sekte. ‘De mensen die zich aansloten waren voornamelijk geïnteresseerd in zelfontwikkeling’, aldus Perizonius. ‘Dat deden ze door middel van meditaties en zaken die tegenwoordig heel normaal zijn, zoals yoga en Tai Chi. Het idee was om jezelf te leren ontdekken.’
Door de keuze van haar moeder, groeide Perizonius op in de sekte. Eerder maakte ze al de documentaire Communekind en schreef ze het boek De droom van mijn moeder over deze periode in haar leven. Met het verschijnen van Wild Wild Country (2018) voelde de regisseur dat er nóg een film moest komen. In de populaire Netflix-serie werd de volledige sekte en bijbehorende schandalen uitgebreid onderzocht, maar het perspectief van de kinderen die in de sekte opgroeiden ontbrak. Met Generatie Bhagwan wil Perizonius de kinderstem toevoegen aan het bestaande narratief.
Generatie Bhagwan
Maroesja Perizonius doorbreekt samen met lotgenoten het zwijgen over seksueel misbruik binnen de Bhagwan-sekte.
Weinig oog voor het lot van de kinderen
Decennia geleden waren er al signalen van kindermisbruik in Bhagwan-sekte. Zo is in de film te zien hoe Perizonius samen met twee lotgenoten in het archief van Oregon een krantenartikel uit 1985 vindt, waarin dit wordt beschreven. Toch was er weinig oog voor het lot van de kinderen. Volgens de regisseur zijn de instanties in de Verenigde Staten, waar de grootste commune van de sekte zich bevond, om de tuin geleid.
In de documentaire is bijvoorbeeld te zien hoe de jeugdbescherming een uur door sekteleden werd rondgeleid in de Amerikaanse commune. Daarbij kregen ze niet alles te zien, maar noteerden ze vervolgens wel dat de kinderen gelukkig leken. Perizonius: ‘De volgelingen van Bhagwan waren zeer bedreven in het misleiden van buitenstaanders. De sekte had een zweem van vrolijkheid, waardoor buitenstaanders op het verkeerde been werden gezet.’
Volgens de regisseur hebben de instanties gefaald: ‘Daarna stopt het, want de kinderen waren destijds veel te jong om hun verhaal naar buiten te brengen. Je kunt pas vanaf je dertigste, veertigste of zelfs vijftigste levensjaar goed praten over wat je is overkomen. Het is moeilijk om er dan nog iets tegen te doen, want het misbruik ligt al ver in het verleden.’
Maker en lotgenoot
In Generatie Bhagwan doen deze kinderen, inmiddels veertigers en vijftigers, eindelijk hun verhaal. Perizonius: ‘We hebben personages gekozen die gezamenlijk zoveel mogelijk kanten van het verhaal belichten. Er waren veel mensen die hun verhaal wilden doen, dus we hebben mensen die te veel overeenstemming hadden, moeten afwijzen. Dat was vreselijk moeilijk.’
Perizonius is niet alleen maker van de film, maar ook lotgenoot van de mensen die ze interviewt. Het navigeren tussen deze twee rollen vond ze zwaar: ‘Aan de ene kant hielp ik anderen om hun verhaal op camera te vertellen, maar aan de andere kant waren er ook scènes die met mij te maken hadden. Ik ging ook door dingen heen met het maken van deze film.’
Ze vervolgt: 'Soms werd ik moe van al die verschillende petten die ik op had. Maar ik hield altijd in mijn achterhoofd dat het, als alle verhalen samen zouden komen, een heftig en belangrijk verhaal zou zijn. Het was het allemaal waard.'
Recht doen aan misbruikslachtoffers
Perizonius gaat in de documentaire niet alleen in gesprek met slachtoffers, maar confronteert ook daders, waaronder die van haar zelf. Ze vertelt: ‘Hij gaf het toe en bood zijn excuses aan. Dat was heel belangrijk voor mij. Ik hoop dat zijn erkenning ook voor anderen helend kan zijn.’
De confrontaties en eindelijk benoemen wat er is gebeurd, hebben niet alleen een positieve uitwerking. Perizonius: ‘Ik voel me wel een beetje exposed, want ik ben ontzettend zichtbaar in de film. Ik vind het ook een beetje een enge organisatie. Er zijn gevallen bekend waarbij mensen die hun verhaal willen doen zijn bedreigd. Ik heb echter besloten dat het gewoon belangrijker was om het wél te vertellen.’
Het maken van deze film is volgens Perizonius een manier om de kinderen die in de sekte misbruikt werden recht te doen. ‘Ik hoop dat het anderen die misbruik hebben meegemaakt helpt,’ aldus de filmmaker. ‘Ik merk aan de hoeveelheid reacties die ik krijg dat dit wereldwijd heeft gespeeld. Veel mensen denken dat ze de enigen waren die dit meemaakten, in een kleine commune ergens in de bergen van Zwitserland of Schotland of waar dan ook. Ik hoop dat de film hen helpt te beseffen dat ze niet de enige waren.’