Deze docu's kijk je vanaf 10 mei op NPO Doc en NPO Start

Met besprekingen van Helmut Boeijen en artikelen van de redactie

  • Helmut Boeijen

Met deze week de volgende documentaires: ‘Het bloed van mijn vader’ van Jorn Koning, ‘Hokusai, Impressies van de rijzende zon’ van Lise Barron, ‘Meer dan Babi pangang’ van Julie Ng, ‘Verweesd eigendom’ van Piet de Blaauw en Frénk van der Linden, ‘Tina in Sexbierum’ van Tina Farifteh en ‘Marlon Brando: In Paradise’ van Silvia Palmigiano and Dirk Heth.

Het bloed van mijn vader (52 min.)

Een belangrijk deel van wat Kimberley over haar biologische vader weet, weet ze uit het televisieprogramma Opsporing Verzocht. Op zaterdagochtend 25 januari 2014 is Kenneth Renaldo Richards dood aangetroffen in zijn Amsterdamse woning. De Surinaamse café-eigenaar, bijgenaamd ‘Flaco’, is om het leven gebracht. ‘Kenneth deed niet zomaar voor iedereen open’, stelt presentatrice Anniko van Santen. ‘Nee, hij was daar zelfs heel kritisch in’, beaamt politiewoordvoerder Ellie Lust. ‘Dat hij zo voorzichtig was, kan te maken hebben met het feit dat hij in 1996 is ontvoerd vanwege een drugsgerelateerd conflict.’

Kenneths dochter Kimberley is zeventien als hij wordt vermoord. Ze kennen elkaar nauwelijks. Ruim tien jaar later zoekt zij nog altijd naar antwoorden: wat is er destijds gebeurd en wie was haar vader eigenlijk? Ze reist naar Suriname en begint eens rond te bellen in de familie- en vriendenkring. ‘Wanneer iemand is overleden, kan jij die persoon niet meer zien’, houdt één van haar gesprekspartners Kimberley voor. ‘Maar vanuit de hemel ziet hij alles. Hij ziet ‘t.’ Ze herhaalt: ‘Hij ziet ‘t.’ Veel wijzer wordt ze verder niet. Mensen die haar vader hebben gekend laten het achterste van hun tong niet zien of willen hem niet in een kwaad daglicht stellen.

Een Surinaamse paragnoste beschrijft Kenneth dan weer als een levensgenieter. ‘Hij heeft bijna alles gedaan wat God verboden heeft’, zegt ze tegen Kimberley. ‘Ik hoop dat je dat weet.’ Daarmee moet ze het zo’n beetje doen. Kenneth Richards wordt maar niet meer dan een schim uit het verleden. Terwijl zij in Het bloed van mijn vader (52 min.) de man die haar op de wereld zette probeert te vatten, en zelfs stappen zet om officieel zijn dochter te worden, komt ook haar eigen achtergrond steeds duidelijker in beeld. Op het moment dat haar vader stierf, was Kimberley namelijk zelf uit huis geplaatst. Ze werd beschouwd als een probleemjongere.

Hoewel ze in de praktijk niet veel verder komt, boekt Kimberley in haar hoofd wel degelijk vooruitgang. Regisseur Jorn Koning omlijst dit persoonlijke proces met sfeervolle fragmenten die haar gemoedstoestand weerspiegelen en mythische dronebeelden van de Surinaamse jungle, waarin allerlei familiegeheimen verborgen lijken te zijn én blijven. Het is uiteindelijk aan Kimberley Richards zelf - de jonge vrouw die voorheen bekend stond als Kimberley van Friderici - om de man die achter haar herinneringen vandaan komt te omarmen. Ondanks - of juist door - dat haar vader was wie hij was.

Verweesd eigendom (50 min.)

Ruim tachtig jaar later zijn ruim drieduizend objecten, persoonlijke bezittingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s werden geroofd van Joodse families en kunsthandelaren, nog altijd verweesd.

Tegenwoordig zijn de schilderijen, kasten, tapijten en andere spullen in bewaring bij de Nederlandse staat. Een groot deel bevindt zich in het depot van het Collectiecentrum Nederland te Amersfoort. Researchers doen vier jaar lang onderzoek om deze ‘verweesde objecten’ te koppelen aan nabestaanden van de oorspronkelijke eigenaren, die de Tweede Wereldoorlog doorgaans niet hebben overleefd.

In deze zorgvuldig gemaakte documentaire Verweesd eigendom (50 min.) volgen Piet de Blaauw en Frénk van der Linden dit proces aan de hand van twee concrete voorbeelden. De casus Van Son bijvoorbeeld. Als in 1940 de Joodse familie uit Hilversum met de boot naar Engeland gaat, trekt een NSB’er in hun huis. Na de oorlog blijkt het meubilair en de kunstverzameling te zijn verdwenen.

Het schilderij Lezende Vrouw van de kunstenaar Jan Sluijters uit 1911 is bijvoorbeeld weg. Enkele jaren later duikt het werk ineens op bij de Biënnale in Venetië, waarna het wordt aangekocht door Het Van Abbemuseum in Eindhoven. Namens de jongste zoon Mischa van Son, wiens gezondheid inmiddels erg broos is, probeert familievriend André Broers het schilderij nu terug te krijgen.

De zussen Renée en Denise Citroen krijgen intussen bericht dat er servies is getraceerd van hun grootouders, die zijn vermoord in het vernietigingskamp Auschwitz. Of ze een claim willen indienen? Dat idee haalt emotioneel heel wat overhoop. In de praktijk blijkt het echter bijzonder lastig om de borden van het echtpaar, dat in Amsterdam een juwelierszaak runde, daadwerkelijk terug te krijgen.

Want hoewel alle betrokken functionarissen en organisaties welwillend zijn om geroofde spullen terug te bezorgen, zit de bureaucratie hen danig in de weg. Tot grote frustratie van de nabestaanden, die het gevoel krijgen dat ze blij zijn gemaakt met een dode mus. Tegelijk wordt de ‘culturele shoah’, constateren de zussen Citroen verontwaardigd in deze ingetogen pijnlijke film, niet gecorrigeerd.

De Nederlandse autoriteiten hebben te veel een ambtenarenmentaliteit om zich emotioneel in te kunnen leven, stelt ook Andre Broers bozig. Het aanvragen van restitutie blijkt steeds weer een mijnenveld waarin je makkelijk verdwaalt - en gewond raken bijna onvermijdelijk lijkt. Met als gevolg dat sommige rechthebbenden niet eens meer aan de pijnlijke en dure procedure beginnen.

Meer dan Babi Pangang (75 min.)

Hoewel haar ouders vroeger in het Brabantse dorp Sint-Oedenrode een Chinees-Indisch restaurant hadden, waar de kinderen soms onder de afhaaltoonbank sliepen, werd er bij hen thuis nooit babi pangang gegeten. ‘Is niet lekker’, zei Julie Ng’s vader Chun Yuen Ng, die nog altijd een restaurant bestiert in Rozenburg. ‘Is voor de Hollanders.’

Julies moeder Sheila Chung woont inmiddels weer in Hong Kong. Zij voelde zich gevangen in het familierestaurant. Ze hield niet van het werk en was er volgens eigen zeggen ook helemaal niet goed in. En ze zou het ‘rampzalig’ vinden als Julie nu de zaak van haar vader, die zo langzamerhand toch met pensioen wil, zou overnemen. Dat is meteen ook de tragiek van Chinees-Indische restaurants in Nederland: koks en opvolgers zijn nauwelijks te vinden. En dus dreigen ze te verdwijnen uit het straatbeeld. Van Julie Ng zou ’t echter niet zover mogen komen: die restaurants horen volgens haar bij Nederland.

Ze zijn in elk geval Meer dan babi pangang (75 min.), betoogt Ng in deze film, waarin ze ontdekt hoe arbeiders begin twintigste eeuw van China naar Nederland kwamen. Het eerste Chinese restaurant werd geopend in Katendrecht en na de Tweede Wereldoorlog werd ook de Indische keuken geïncorporeerd achter het doorgeefluik.

Ze spreekt in dat verband met andere (bekende) Chinese Nederlanders, historici en kenners van de Oosterse keuken. Zo haalt ze een weinig zichtbaar deel van de Nederlandse bevolking - en ook de vooroordelen, discriminatie en typisch Hollandse humor waarmee deze gemeenschap steeds mee te maken krijgt - achter dat luik vandaan.

Onderweg legt Julie Ng haar stelling dat babi pangang - een gerecht dat in zijn huidige samenstelling, met zoetzure saus, helemaal niet bestaat in de Chinese keuken - en de cultuur die daaromheen is ontstaan inmiddels tot Neerlands immaterieel cultureel erfgoed behoort voor aan iedereen die ‘t horen wil en wellicht ook regelen kan.

Babi pangang kan allang zonder dat Chinese doorgeefluik en heeft z’n eigen plek verworven in de Hollandse keuken.

Tina in Sexbierum (95 min.)

Haar vrienden voorspellen dat ze binnen de kortste keren terug komt naar Amsterdam. Met hangende pootjes, natuurlijk. Want wat heeft zij als Iraanse kunstenares nu te zoeken in - ongemakkelijke stilte, nauwelijks onderdrukte lach of misprijzende blik - een dorp in Friesland? Tina Farifteh (Kitten of vluchteling?) gaat het desondanks proberen in het verre Noorden, waar ook nog Nederlanders schijnen te wonen.

In Sexbierum sluit ze vriendschap met de aimabele aardappelboer Auke. Zijn hele familie, inclusief zijn vrouw, ligt begraven in het Friese dorp. En Auke, inmiddels al even in de tachtig, straks ook. ‘Ik wil hier ook koste wat het kost niet vandaan’, zegt hij stellig. Ze krijgen hem met nog geen honderd paarden Sexbierum uit. ‘Zelfs jij niet.’ Auke is weleens in Amsterdam geweest, vertelt hij lachend, maar dan wil hij meestal al snel weer terug naar huis. ‘Dan begonnen we halverwege de Afsluitdijk het Friese volkslied weer te zingen.’

Die dijk is Tina, op zoek naar een betaalbare woning, nu ook overgestoken. In Amsterdam heeft ze zich nooit ‘de ander’ gevoeld. Lukt het haar in Sexbierum ook om onderdeel te worden van de ‘Mienskip’, de plaatselijke gemeenschap? Dat lijkt tevens de centrale vraag van de driedelige serie Tina in Sexbierum (95 min.). Kan zij zich als ontwortelde vrouw thuis voelen in de provincie - en buiten haar eigen bubbel? Samen met de plaatselijke bevolking, enkele ‘Hollanders’ en andere import tast Farifteh de grenzen af.

Is het Sinterklaasfeest in Sexbierum bijvoorbeeld een beetje met z’n tijd meegegaan? En in hoeverre is integratie in het Friese dorp werkelijk een proces dat van beide kanten komt? Wat valt er op dat gebied te leren van de fanfare, die is samengegaan met twee andere verenigingen? Naarmate de miniserie vordert, krijgt die ook meer scherpe randjes - niet in het minst omdat de situatie in Fariftehs geboorteland Iran steeds verder ontspoort. Daardoor realiseert zij zich nog eens extra waar ze vandaan komt en waar ze nu is beland.

Ver van Teheran verlangt ze naar een thuisgevoel, waarin al wat zij is op een vanzelfsprekende manier samenkomt. Ze drukt die behoefte uit in een theatrale apotheose, de zorgvuldig gechoreografeerde ontmoeting tussen haar twee werelden waarmee Tina in Sexbierum, onderdeel van een gelijknamig transmediaal project, wordt afgerond. Die voelt enigszins als een Fremdkörper, niet in het minst omdat de held van deze fijne serie, haar steun en toeverlaat Auke, dan even ontbreekt.

Marlon Brando in Paradise (52 min.)

Als de Amerikaanse steracteur Marlon Brando (1924-2004) begin jaren zestig tijdens opnames voor de Hollywood-film Mutiny On The Bounty in de Stille Zuidzee stuit op het prachtige eiland Tetiaroa, weet hij direct: dit is mijn plek. Enkele jaren later koopt Brando het paradijselijke oord daadwerkelijk aan.

Het is de vervulling van een jeugddroom: als getroebleerde tiener droomde hij al regelmatig weg bij foto’s van Tahiti. De eilandengroep appelleert ook aan Brando’s geknakte ambitie om wetenschapper te worden en zo een bijdrage te kunnen leveren aan het behoud van de aarde. Het Frans-Polynesische koraaleiland Tetiaroa kan een thuishaven worden voor wetenschappelijke experimenten, bedreigde diersoorten en nieuwe vormen van toerisme (die al snel onbetaalbaar blijken).

Het postume portret Marlon Brando in Paradise (52 min.) van Dirk Heth en Silvia Palmigiano behandelt zijn filmcarrière - die resulteert in klassiekers zoals On The Waterfront, The Godfather en Apocalypse Now - vooral als een decor waarin zijn idealisme, sociale bewogenheid en milieubewustzijn tot volle wasdom kunnen komen. Hij is, in de woorden van zijn biograaf Susan Mizruchi (Brando’s Smile), de eerste ‘celebrity do-gooder’ - en daardoor ook bepaald niet onomstreden.

Wanneer Brando in 1973 weigert om de Oscar voor zijn rol als maffiabaas Don Corleone te accepteren en in zijn plaats een vertegenwoordiger van de Native Americans naar de uitreiking stuurt om de Amerikaanse filmindustrie te bekritiseren, wordt hem dat zeker niet door iedereen in dank afgenomen. Buiten Hollywood voelt Marlo Brando zich duidelijk meer senang. Op Tetiaroa kan hij de man zijn die hij diep in zijn hart wil zijn - ook al blijken niet al zijn ideeën levensvatbaar.

Toch leeft zijn droom, ruim twintig jaar na zijn dood, daar nog altijd voort, getuige bijvoorbeeld The Tetiaroa Society en The Brando Resort. De drijvende krachten achter deze initiatieven, net als Brando’s dochter Rebecca, krijgen in deze aardige film over één van de meest uitgesproken mannen van Hollywoods gouden jaren dan ook de rol die doorgaans aan insiders van de filmbusiness is voorbehouden: het inkaderen van de held en op gepaste wijze lof over hem uitstrooien.

Één ding is zeker, stelt zijn voormalige personal assistant Avra Douglas nog: Marlon Brando sprak over zo ongeveer alles liever dan over acteren.

Aankomende week op tv en online