Met deze week de volgende documentaires: 'De EUkraïner' van Viktor Nordenskiöld, 'Madness - One Step Beyond' van Christophe Conte, 'Paul Weller – Wild Wood' van Joe Connor, aflevering vier van 'Fase 8: femicide' van Jessica Villerius en Henk van der Aa, aflevering vijf van 'Wakker in Paraguay' van Fleur Amesz en Gijs Swantee en 'En noe' van Jet Wijngaards.
De EUkraïner (52 min.)
Hoe kom je Europa binnen - en dan ook nog in tijden van oorlog? Voor die opdracht ziet de Oekraïense vicepremier Olha Stefanishyna zich gesteld in deze documentaire van Viktor Nordenskiöld. Sinds de Russische aanval op 24 februari 2022 zoekt Oekraïne toenadering tot de Europese Unie. En zij is degene die de entree van haar land uiteindelijk moet bewerkstelligen.
Aan het begin van deze film kijkt De EUkraïner (tv-versie: 52 min.) recht in de camera. Stefanishyna ziet daarin zichzelf. ‘Het zou interessant zijn om mezelf te vergelijken met hoe ik eruit zag toen je begon te filmen’, zegt ze tegen de Zweedse documentairemaker. ‘Op beelden heb ik gezien dat ik veranderd ben.’ Waarna Nordenskiöld teruggaat in de tijd, naar die februari-dag waarop ze dat ene verontrustende telefoontje krijgt: Rusland is zojuist haar land binnengevallen.
Hij volgt Stefanishyna twee jaar terwijl zij voorop gaat in het diplomatieke gevecht achter de oorlog, dat eerder ook al inzichtelijk werd gemaakt in films zoals Un Président, l’Europe Et La Guerre (2023) en Facing War (2025). Omdat de strijd zich nu eenmaal niet alleen afspeelt aan de frontlinie of onderhandelingstafel, maar tevens wordt uitgevochten in de publieke ruimte.
Met haar idealisme en daadkracht is Olha Stefanishyna een uitstekend visitekaartje voor een land met de aspiratie om lid te worden van de Europese familie - en daarnaast is ze ook gewoon een feilbaar mens. Als ze na een bilateraaltje haar eigen visitekaartje wil overhandigen aan de Zweedse minister Hans Dahlgren, merkt Stefanishyna bijvoorbeeld net op tijd dat ze hem bijna de verkeerde versie geeft. Het kaartje zónder haar telefoonnummer. Grappend: ‘This is for bad people.’
Tussen de bedrijven door probeert Stefanishyna mens te blijven. Om precies te zijn: moeder. Gedwongen door de omstandigheden moet ze soms afstand nemen van haar kinderen. Zij verblijven vermoedelijk bij haar ex-echtgenoot (die overigens niet in deze boeiende kijk achter de schermen participeert). ‘Het enige wat ik voor mijn kinderen wil, is dat ze de kans krijgen om hun eigen leven te leiden, zegt de vicepremier aan het eind van de film, als ze weer recht in de camera kijkt.
Waarna Olha Stefanishyna, terwijl ze hen langzaam voor haar geestesoog haalt, voorzichtig begint te glimlachen.
Madness - One Step Beyond (52 min.)
In 1992 belt de Londense politie naar de geologische dienst. Ze hebben berichten gekregen over een aardbeving. ‘Ze evacueerden hele flats, uit angst voor instorting’, vertelt Madness-zanger Graham ‘Suggs’ McPherson. ‘Maar het bleken springende Madnessfans te zijn.’ Zijn skagroep treedt tijdens het zogeheten ‘Madstock’ voor het eerst in acht jaar weer op, in het nabijgelegen Finsbury Park. De volgende dag trilt de aarde dus opnieuw in de Britse hoofdstad. Want dan geeft de band, die onverminderd populair blijkt, nóg een uitverkocht concert.
In de tv-docu Madness - One Step Beyond (52 min.) gaat Christophe Conte terug naar het begin: een stel opgeschoten jongeren uit Camden Town begint in de tweede helft van de jaren zeventig samen muziek te maken en groeit vervolgens uit tot de huisband van de pub The Dublin Castle. Al snel stuit Madness op een broederband uit de industriestad Coventry, The Specials. Met hun eigen platenlabel 2 Tone Records scoren die met ‘Britse ska’, een kruisbestuiving van de muziek van Jamaicaanse immigranten en witte Engelse jongeren, de ene na de andere hit.
Bij het bonte 2 Tone-gezelschap voelt Madness zich helemaal op z’n plek. Tegelijkertijd krijgt deze inclusieve familie te maken met de gure wind die er op dat moment waait door Groot-Brittannië, waar het National Front in opkomst is en skinheads voor een grimmige sfeer op straat zorgen. Bij Madness, de enige volledig witte band in de 2 Tone-familie, denkt de extreemrechtse partij zieltjes te kunnen winnen. Dat was ‘echt afschuwelijk’, herinnert bassist Mark ‘Bedders’ Bedford. ‘Meestal richtten we een spot op gasten die de Hitlergroet brachten of vochten’, vult Suggs aan.
Gaandeweg zal Madness zich in z’n muziek steeds meer uitspreken voor sociale onderwerpen, een wat meer poppy toon aanslaan en onderdak vinden bij een ander platenlabel, Stiff Records. Dat legt de groep bepaald geen windeieren. Met humoristische video’s scoort de rebellenclub hit na hit. Die opmars wordt in dit vlotte bandportret met medestanders zoals gitarist Lynval Golding (The Specials), zangeres Rhoda Dakar (The Bodysnatchers) en producer Clive Langer uit de doeken gedaan - al is de tweede helft wel erg van de lange halen, snel thuis.
In wezen geldt voor Madness wat voor veel bands opgaat: na de eerste tien jaar is het beste er wel vanaf en moet de groep vooral vormbehoud tonen.
Record On: Paul Weller - Wild Wood (69 min.)
Hij is begin dertig en lijkt al volledig uitgerangeerd. De Britse zanger, gitarist en songschrijver Paul Weller is de spil geweest van twee invloedrijke bands, The Jam en The Style Council, maar zit begin jaren negentig zonder platencontract en vraagt zich af of hij zichzelf nog een keer opnieuw kan uitvinden.
Dat is de dramatische setup voor de documentaire Record On: Paul Weller - Wild Wood (69 min.) over het (tweede) soloalbum dat hij vervolgens - niet alleen, overigens - begint te maken. Vanaf dat moment gaat alles alleen crescendo. Volgens Paul zelf, zijn muzikanten, hun producer en de platenbaas. En ook fotograaf Lawrence Watson, die het hele opnameproces in The Manor Studio in het landelijk gelegen Oxfordshire vastlegt en meteen voor de iconische hoesfoto zorgt, heeft louter positieve herinneringen.
Eigenlijk kunnen alle betrokkenen ruim dertig jaar dato nog altijd geen enkel vuiltje aan de lucht ontdekken: Wellers songs waren puntgaaf, de sfeer op het Britse platteland was zeer ontspannen (en toch professioneel), de opnames gingen dus geweldig, de reacties op de plaat waren eveneens uitstekend en de optredens daarna zonder meer heerlijk. Het album Wild Wood geldt tegenwoordig niet voor niets als een klassieker, waarbij ‘het plezier van het musiceren’ voorop stond en zich uitstekend had uitbetaald.
Met alle spontaniteit was ‘t bij zijn volgende album Stanley Road (1995) wel gedaan, stelt Weller zelf in deze popdocu van Joe Connor, waarvan er wel veertien in een dozijn gaan. ‘Het geld was goed, maar verder kreeg ik er vooral buikpijn van’, zegt de zanger, ogenschijnlijk uit de grond van zijn hart. ‘Ik vond ‘t daarvoor echt veel leuker, toen ‘t allemaal nog niet zo groot was, en niet iedereen dacht dat je een ster was en al die andere onzin. In zo’n omgeving voel ik me veel prettiger. Dat is mijn ding.’