'Een oorlog is zelden zwart-wit'
In gesprek met regisseur Paul Cohen over de documentaire ‘De man met de glimlach’

In de lente van 1947 reist de jonge student Bram Cohen met de trein door het verwoeste naoorlogse Duitsland, op weg naar Kopenhagen. Zijn Joodse familie is voor de helft uitgemoord en hij zit vol wrok. Voor de documentaire ‘De man met de glimlach’ (NTR) maakt zijn zoon - documentairemaker Paul Cohen – 80 jaar later dezelfde reis. Niet bitterheid, maar juist vergeving speelt een grote rol in deze documentaire.
"It is easy enough to be pleasant when life flows along like a song. But the man worthwhile is the man with a smile when everything goes dead wrong."
Deze woorden kregen een ereplaats in het dagboek van Bram Cohen, de vader van documentairemaker Paul Cohen. Het is een toepasselijk gedicht voor een man die zijn gymnasium haalde in een Japans interneringskamp en leerde om weer van het leven te kunnen genieten tijdens een vakantie in Denemarken. Daar vond hij ook de liefde, maar toch liet de oorlog de familie Cohen nooit helemaal los.
In de openingsscène van De man met de glimlach beschrijf je hoe je vader vroeger minutenlang bezig was om de laatste restjes pindakaas uit de pot te schrapen. Wat zegt dit over je vader?
'Dat hij verschrikkelijk zuinig was. Ik hoor van meer mensen dat hun ouders dit deden, omdat ze uit een tijd komen waarin overvloed nog niet aan de orde was. Maar weinig mensen deden het zo extreem als mijn vader. Dat komt omdat hij in het kamp échte honger gekend heeft.’
‘In het gelijknamige boek dat bij de documentaire hoort, beschrijf ik ook hoe wij vroeger thuis kip aten. Dan kwam er een hele kip op tafel en mochten we kluiven. Alleen deden wij dat volgens mijn vader nooit goed genoeg. Dan pakte hij onze botjes en zorgde hij dat elke vezel werd opgegeten. Zelfs het kraakbeen moesten we eten. Als mijn vader klaar was met die kip, dan lag er een geraamte dat klaar was voor de biologieles.'
De documentaire draait om het reisdagboek van je vader. Hoe kwam dat op je pad?
'Die vond ik in de kast bij mijn moeder, na haar dood. Ik stond op een kruk bij de boekenkast te kijken of alle fotoalbums er nog wel waren, toen ik een zwart folioboek zag staan met een gemarmerde kaft. Op het label stond: “reisverhalen buitenland”, met de sierlijke handtekening van mijn vader eronder. Het waren 43 handgeschreven pagina’s waarin hij beschrijft hoe hij in 1947 vanuit Amsterdam naar Kopenhagen reist met de trein, dwars door het verwoeste Duitsland.'

In zijn reisdagboek schreef hij: "Als Hitler eens kon zien hoe ik – een volbloed Jood – door Duitsland reis als toerist, zou hij kapotgaan van nijd
Wat was je eerste indruk van dat reisdagboek?
'Het was heel bijzonder om mijn vader op deze manier te leren kennen. Niet als de man zoals ik hem kende, maar als jongeman van 23 jaar die dolblij is om voor het eerst in zeven jaar – na de oorlog te hebben overleefd – op vakantie te gaan. Hij was uitgenodigd door een groep studenten om naar Denemarken te komen en voelde zich voor het eerst weer vrij.’
‘Duitsland lag compleet in puin, en dat vervulde hem met vreugde. Zijn halve familie was immers uitgemoord door die “rotmoffen”. In zijn dagboek schrijft hij: “Ik zie dat ze honger hebben, goed zo. Nog lang niet genoeg.” En ook: “Als Hitler eens kon zien hoe ik – een volbloed Jood – door Duitsland reist als toerist, zou hij kapotgaan van nijd.”
Het thema vergeving speelt een grote rol in de documentaire. Waar komt dat thema vandaan?
'Dat ontstond bij een passage in het reisdagboek dat me erg ontroerde. Want na al die uitingen van haat ziet hij langs het spoor bij Hamburg jonge kinderen rondlopen op blote voeten die bedelen om eten. Vanaf dat moment wordt alles anders.'
'Hij schrijft: ”Ik krijg een kleur. Op de bank ligt nog een pakje brood. Een kadetje met chocoladepastei en eentje met worst. Ik trek het raam omlaag en werp het naar een meisje van hooguit vijf jaar. Twee helderblauwe ogen stralen me aan. “Echte mofinnen-ogen’ schiet het door me heen. Dan maakt ze een keurige kniebuiging voor me. Een kleine moffin. Nee, een kind van vijf jaar dat heel erg honger heeft.”'
Als kinderen waren wij thuis best bang voor mijn vader. Hij kon ineens exploderen en agressief zijn. Nu noemen we dat PTSS, maar als kind begrijp je dat niet.
Wat ontroert je zo aan deze passage?
'Ik heb mijn vader niet heel goed gekend. Maar toen ik deze passage las, dacht ik: je was toch echt een goede kerel. Als kinderen waren wij thuis best bang voor mijn vader. Hij kon ineens exploderen en agressief zijn. Nu noemen we dat PTSS, maar als kind begrijp je dat niet.'
‘Ook daar komt het thema vergeving vandaan. Mijn zus heeft heel veel gehad aan het reisdagboek om hem beter te begrijpen. Zelf heb ik hem rond mijn dertigste leren vergeven. Ik dacht: zand erover, jij was ook maar een mens. Helaas heeft hij dat zelf niet mee mogen maken. Ik was 17 jaar toen hij omkwam bij een bergklimongeluk.'
Het is best lastig om een film te maken over iets dat zich tachtig jaar geleden afspeelde. Hoe heb je een vorm gevonden om deze film toch te maken?
'Ik ben per trein dezelfde reis gaan maken die mijn vader maakte in 1947. Onderweg sprak ik andere passagiers die allemaal op hun eigen manier iets te maken hebben met het thema vergeving. De verhalen hoeven niet één op één overeen te komen met dat van mijn vader, want ik wilde het juist associatief maken. De interviews wissel ik af met archiefbeelden van de oorlog en vlak na de oorlog, waar ik in een voice-over passages uit het reisdagboek overheen lees.'
En toen was daar de foto van het meisje. Dezelfde leeftijd, dezelfde blote voeten. Ik dacht meteen: dit is ze.

Tussen de archiefbeelden zat een foto van het meisje langs het spoor, precies zoals jouw vader haar beschrijft. Hoe kwam je daaraan?
'Klopt. Dat ik die tegenkwam, was een heel bijzonder moment. Het is een foto uit een serie van Sem Presser. Presser was een bekende Joods-Nederlandse fotograaf die na de oorlog drie journalistieke reizen door Duitsland maakte. Die collectie is opgeslagen in het Maria Austria Instituut in Amsterdam en mocht ik inkijken. Ik kwam daar foto’s tegen van de kinderen langs het spoor, precies hetzelfde spoor rond Hamburg waar mijn vader ook over schrijft. En toen was daar de foto van het meisje. Dezelfde leeftijd, dezelfde blote voeten. Ik dacht meteen: dit is ze.'
Op welke manier sloten de mensen die je in de trein ontmoette aan bij het thema vergeving?
'Ik sprak een ouder Duits stel wiens verhaal ook er aansluit bij dat van mijn vader. Herman en Hildegard waren kinderen van een jaar of tien toen Duitsland de oorlog verloor en verwoest achterbleef. Stunde Null wordt dat moment ook wel genoemd. Zij groeiden op tussen de ruïnes en moesten zien te overleven. Net als mijn vader hebben zij echt honger gekend. Herman stal als kleine jongen vaak sigaretten uit de zak van Engelse soldaten om die te ruilen voor eten.'
'In de langere bioscoopversie van de film zitten ook een Vietnamese moeder en dochter. De moeder had zowel de Franse als de Amerikaanse bezetting meegemaakt. Haar vader was bij de slag bij Điện Biên Phủ, toen de Fransen verloren van de Vietnamezen. En zij maakte als meisje de vreselijke Amerikaanse bombardementen mee. Het interessante hieraan vind ik dat mijn vader in een ander dagboek dat hij bijhield in het kamp nog schreef: “ik hoop dat de Amerikanen snel komen, anders komen ze voor ons te laat.” Waar de Amerikanen voor mijn vader de bevrijders waren, waren ze voor deze Vietnamese vrouw juist de onderdrukkers. Een oorlog is zelden zwart-wit.'

De man met de glimlach
Kijk vanaf 6 september op npodoc.nl