Jonge makers en het zwarte gat na hun afstuderen

Alana van der Valk, Annebel Vernooij en Kees Willems over hun korte docu ‘Hoe zwart is jouw gat?’

Annebel Vernooij, Kees Willems en Alana van der Valk, makers van 'Hoe zwart is jouw gat?'
  • Susan Warmenhoven

Je bent afgestudeerd aan een veelbelovende kunstacademie, maar wat gebeurt er daarna? De makers van ‘Hoe zwart is jouw gat?’ (Makers van Morgen), ontdekten dat veel jonge kunstenaars, net als zij, na het afstuderen in een zwart gat belanden. NPO Doc sprak het drietal over hun korte documentaire waarin ze dit fenomeen onderzoeken.

Waarom moest dit het onderwerp van jullie film worden?
Alana van der Valk:
‘Annebel en ik studeerden productdesign aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU – red.) en werken nu samen. We studeerden af in coronatijd, waardoor we contact verloren met anderen. We vroegen ons af waar iedereen terecht was gekomen. Toen we dat uitzochten, bleek dat het niet bij iedereen even lekker ging en dat sommigen na hun studie in een zwart gat vielen.’

Annebel Vernooij: ‘We wilden dit graag onderzoeken en vastleggen. Uiteindelijk zagen we een film voor ons. Omdat Alana en ik geen filmmakers zijn, hebben we Kees - die Audio Visuele Media studeerde - erbij betrokken.’

Kees Willems: ‘Ik zat toen in het laatste jaar van mijn studie. Ik merkte aan mijn medestudenten dat zij verwachtten dat het onmogelijk was om na de opleiding films te gaan maken, maar dat ze het tóch gingen proberen. Daar zag ik iets dramatisch in, dus ik vond het interessant om aan te haken bij het plan.’

Welke verhalen over het zwarte gat kwamen jullie tegen?
Vernooij: ‘We hoorden vaak dat een kunstacademie een enorme bubbel met gelijkgestemden is en dat je die verliest als je afstudeert. Dat levert een gevoel van eenzaamheid op. Daarnaast voelden velen zich onzeker: ze hadden het gevoel dat niemand op hun kunst zit te wachten.’

Van der Valk: ‘Veel van die mensen gaven aan dat je weinig bezig bent met de buitenwereld tijdens de opleiding. Ondernemerschap komt bijvoorbeeld nauwelijks aan bod.’

Willems: ‘Hoe je moet overleven als kunstenaar is best uit te leggen, maar op school hadden de oud-studenten daar weinig over gehoord. Ze waren dat allemaal zelf aan het uitzoeken en voelden zich daarin ontheemd.’

Jullie film gaat over diverse kunstenaars. Waar lopen documentairemakers tegenaan?
Willems: ‘Ik ben nu twee jaar afgestudeerd. Een deel van mijn klasgenoten hebben helemaal geen poging gedaan in de filmwereld en zocht direct een “normale” baan. Een deel probeerde het wel en belandde aan de commerciële kant, bijvoorbeeld bij een castingbureau of door fulltime video's te maken bij bedrijven. Een handjevol heeft écht films gemaakt; er zijn er maar een of twee uit mijn jaar die dat met enig succes doen.

Ik doe zelf veel commercieel werk, dus ik kan prima overleven binnen de filmwereld. Wel moest ik alles vanaf het begin zelf uitzoeken: waar je subsidies aan kan vragen, hoe je dat doet, hoe je vervolgens je film ergens aanbiedt als die klaar is. Dat zou toch best makkelijk op school aangeleerd kunnen worden.

Als ik kijk naar makers die al wat verder zijn, zie ik dat je pas kunt rondkomen van je makerschap nadat je eerst drie films hebt gemaakt waaraan je niks hebt verdiend. Dat had ik best van tevoren willen weten.’

Hebben jullie tips voor studenten en net afgestudeerden om niet in een zwart gat te vallen?
Vernooij:
‘Ga tijdens je studie al verkennen hoe andere makers zich bewegen in de buitenwereld. Omdat je in die bubbel van de kunstacademie zit, is het belangrijk dat je een realistisch beeld hebt van hoe het leven er na school uitziet.’

Van der Valk: ‘Je moet ook wel echt je makerschap uitvinden als je op school zit. Als je daar nog niet helemaal zeker van bent, dan is het moeilijk om naar buiten te treden. Maar het is wel goed om jezelf zichtbaar te maken en werk te tonen aan de buitenwereld, ook al is dat nog niet perfect.’

Willems: ‘Wees eerlijk en realistisch naar jezelf: je móet gewoon geld verdienen. Als filmmaker is het heel waardevol om na je afstuderen geld te verdienen met bijvoorbeeld montage- of camerawerk. Mensen die na de opleiding in slecht betaalde bijbanen blijven hangen, zie ik vaak verdwijnen. Ze moeten te veel uren draaien voor weinig geld en houden zo weinig tijd over om nog films te maken. Een goed betaalde commerciële filmklus maakt dat je tijd overhoudt om je eigen werk te ontwikkelen.’

Wat moeten opleidingen volgens jullie doen?
Van der Valk: ‘Betere ondersteuning op het gebied van ondernemerschap is echt belangrijk. De nadruk leggen op het belang van je netwerk, bijvoorbeeld. Maar ook: hoe bepaal je wat je werk waard is? Hoeveel geld mag je voor iets vragen? Ik heb er lang over gedaan om dat uit te vinden.

Willems: ‘Daar rust nog heel erg een taboe op bij kunstacademies. De gedachte is dat er goede kunstenaars moeten worden opgeleid en goede kunstenaars maken geen commercieel werk. Dat kon misschien in de jaren zeventig en tachtig, maar er is nu een stuk minder geld voor kunst. Die lessen over ondernemerschap zijn dus écht nodig, want anders blijft het voor veel mensen enkel bij mooie afstudeerfilms.'

Hoe is het met jullie zwarte gat?
Willems: ‘Het scheelt dat ik het leuk vind om ondernemend te zijn, dus ik doe veel filmwerk voor bedrijven. Daarnaast blijf ik bezig met mijn eigen werk om mijn creatieve kant aan te spreken. Wel blijf ik me afvragen of ik niet nú veel geld moet verdienen om toch een woning te kunnen kopen en daarna pas tijd voor kunst moet maken? Of dat ik juist mijn jonge jaren moet gebruiken om films te maken, in de hoop dat ik word opgepikt en een echte filmmaker kan worden.’

Vernooij: ‘Het zwarte gat verandert bij mij steeds. Ik ben nu veel bezig met de balans tussen kunst en inkomen. Sinds anderhalf jaar heb ik bijvoorbeeld een parttimebaan. Ik maak nu duidelijk onderscheid tussen “geldwerk” en “kunstwerk”.’

Van der Valk: ‘Bij mij is het vergelijkbaar. Ik werk twintig uur per week naast mijn kunstpraktijk, waardoor ik een stabiel inkomen heb. Ik zit nu niet meer in een zwart gat, misschien omdat ik mijn verwachtingen heb losgelaten. Ik hoef momenteel geen fulltime kunst te maken en dat geeft rust.’