Zo krijg je jouw film op een filmfestival
Tips en tricks van deskundigen Wouter Jansen en Hidde de Vries

Als je zelf een documentaire hebt gemaakt wil je natuurlijk niets liever dan dat deze gezien wordt. Filmfestivals zijn een mooie manier om een publiek te bereiken en je film in de schijnwerpers te zetten. Maar hoe bepaal je jouw festivalstrategie? NPO Doc vroeg (oud-)festivalprogrammeurs en adviseurs Wouter Jansen en Hidde de Vries om tips.
Tip 1: Begin op tijd
Jouw festivalstrategie begint al vroeg in het maakproces. Wouter Jansen: ‘Als je jouw film naar een specifiek filmfestival wil sturen, raad ik aan om vanaf het begin van de productie, of eigenlijk al iets daarvoor, erover na te denken. En anders is de postproductie-periode een goed moment om ermee bezig te zijn.’
Als je jouw film naar een specifiek filmfestival wil sturen, raad ik aan om vanaf het begin van de productie, of eigenlijk al iets daarvoor, erover na te denken
Hidde de Vries is het daarmee eens: ‘Bepaal wat het doel is van jouw film. Wil je jouw film per se naar IDFA insturen? Kijk dan wat de regels van IDFA zijn om geselecteerd te worden. Filmfestivals hebben voorwaarden waar je je als maker in moet verdiepen. Hoeveel minuten mag een film zijn om in de competitie mee te doen? Hoeveel jaar oud mag een film zijn? Mag een film al op tv uitgezonden zijn? Wat is de deadline voor inzending?’

Volgens Jansen is het vooral belangrijk om na te denken over de allereerste vertoning: je première. ‘Veel grote festivals willen alleen films selecteren die bij hen de wereldpremière hebben. Dus als je film al op een klein festival is vertoond, komt hij niet meer in aanmerking. Daar moet je dus slim mee omgaan.’ Het is ook niet ongebruikelijk om een filmfestival te mailen als je film later klaar is dan de laatste inzenddeadline, tipt Jansen. ‘Soms mag je al een ruwe versie opsturen en kun je zo toch kans maken op een selectie.’
Als een filmprogrammeur jouw korte film in een vroeg stadium ziet en deze geweldig vindt, neemt hij die misschien als leidraad om een programma te vullen
Daarnaast is het onverstandig om te wachten met inzenden tot het allerlaatste moment. Jansen: ‘Als een festival meerdere inschrijfdeadlines heeft, is de eerste vaak het goedkoopste en weet je zeker dat programmeurs je film op tijd bekijken.’ De Vries is het daarmee eens: ‘Festivals willen korte films vaak combineren in één programma. Als een filmprogrammeur jouw korte film in een vroeg stadium ziet en deze geweldig vindt, neemt hij die misschien als leidraad om een programma te vullen. Dan heb je meer kans op selectie dan wanneer jouw film aan het einde nog ergens in moet.’

Tip 2: Wees selectief
Als beginnend filmmaker is het een hele klus om je weg vinden in de vele tienduizenden filmfestivals. Laat je niet te snel verleiden: een groot, internationaal festival is niet per se beter of leuker dan een kleiner festival. De Vries: ‘Bedenk wat jíj met je film wil bereiken. Een vertoning in een kelder met plastic witte stoelen voor een handjevol mensen kan ook heel vet zijn, omdat je een specifieke groep bereikt.’
Bedenk wat jíj met je film wil bereiken. Een vertoning in een kelder met plastic witte stoelen voor een handjevol mensen kan ook heel vet zijn
Het is dus belangrijk om research te doen naar de festivals die je online vindt op platforms als Filmfreeway. De Vries: ‘Er is een lijst van Oscar-qualifying-filmfestivals. Als je film daar draait en wint, dan mag je je film inzenden voor de Oscars. Die lijst werkt met een accreditatiesysteem waardoor je weet dat die festivals een bepaalde status hebben en netjes omgaan met jou als maker. Het Filmfonds heeft ook een festivallijst waaraan zij, bij selectie, toegang bieden tot het aanvragen van extra afwerkingsubsidie.’
Jansen: ‘Ik raad makers altijd aan zich te verdiepen in hoe makers met vergelijkbare films hun film hebben gedistribueerd. Dus films die bijvoorbeeld qua onderwerp, lengte of toon overeenkomen. Dat kan al de eerste stap van je festivalstrategie zijn.’

Tip 3: Zet festivals in je begroting
Wie voor het eerst zijn film instuurt naar grote, internationale filmfestivals zal misschien schrikken van de kosten. De zogenaamde fees die je betaalt om je film in te zenden zijn bij sommige festivals rond de zestig euro of hoger.
Jansen: ‘Als je niet zoveel budget hebt, stuur je film dan niet meteen naar heel veel prestigieuze, dure festivals. Er zijn ook internationale festivals die een stuk goedkoper zijn. Als je film succes heeft en prijzengeld wint, kun je dat later altijd nog inzetten om de dure festivals te proberen. Soms helpt het om een gepersonaliseerde mail naar festivals te sturen om te vragen of je korting mag.’
Als je niet zoveel budget hebt, stuur je film dan niet meteen naar heel veel prestigieuze, dure festivals
Ook beginnende makers doen er volgens Jansen goed aan om een ‘beetje’ geld opzij te zetten voor distributie. ‘Ik denk dat je wel rond de vier- à vijfhonderd euro moet rekenen om een aantal goede festivals aan te schrijven. Probeer je film naar minimaal dertig festivals in te sturen.’
De Vries: ‘En zorg dat je ook een beetje geld apart houdt om naar festivals toe te kunnen reizen waar je film geselecteerd is. De meerwaarde van festivals is dat je mensen ontmoet en ziet hoe de zaal op je film reageert.’

Tip 4: Geef niet te snel op
Houd er rekening mee dat filmfestivals soms wel duizenden films ingestuurd krijgen. Dat betekent ook dat afwijzingen erbij horen. Volgens De Vries en Jansen betekent dat niet meteen dat je film niet goed is. Zo is de ene film succesvol op internationale festivals en is de andere film juist geschikter voor regionale festivals, televisie of impact-vertoningen voor bepaalde groepen.
De Vries: ‘Als je een filmmaker bent, zit je erin voor de marathon en niet voor de sprint. Staar je niet blind op die ene film, uiteindelijk wil je meer films maken dus zoek wat er bij jou past. Bedenk hoe jij je publiek bereikt en wat jouw publiek is.’
Als je een filmmaker bent, zit je erin voor de marathon en niet voor de sprint
Jansen: ‘Je moet echt wel zo’n dertig inzendingen doen voordat je weet of er interesse is. Wees je er bewust van dat je een lange adem nodig hebt. Na een eerste selectie kan het balletje opeens heel hard gaan rollen.’
Hidde de Vries
De liefde voor film van Hidde de Vries ontstond in het filmhuis dat zijn moeder met vrienden in een kelder in Friesland runde. Na een productie-opleiding aan de Filmacademie begon hij rond 2015 met de festivaldistributie van een eigen film en die van klasgenoten. De Vries maakte van zijn hobby zijn werk en startte Kapitein Kort, waarmee hij filmmakers helpt met festivaldistributie. Hij was een aantal jaar Hoofd Film & Series bij Cinekid en is sinds september 2026 directeur van het Frysk Film Fûns.

Wouter Jansen
Wouter Jansen begon in 2008 als stagiair bij de eerste editie van het Go Short International Film Festival in Nijmegen. Hij werkte daar vervolgens als hoofdprogrammeur tot 2020. Het viel hem destijds op hoe weinig Nederlandse afstudeerfilms er in het buitenland te zien waren. In 2012 richtte hij daarom filmdistributiebedrijf Some Shorts op, dat sinds 2020 de naam Square Eyes heeft.
