Dieren in beeld: van grote boze wolven tot stokstaart-soaps
Interview met Maarten Reesink, docent Animal studies
Dierendocumentaires zijn populair. Of ze nu over onze huisdieren gaan, zoals ‘M’n beessie en ik’, of over wilde dieren, zoals ‘Wolvenland’ en ‘De nieuwe wildernis’. Maar hoe worden dieren in de tv-programma's en documentaires gerepresenteerd? En wat zegt dat over onze omgang met de natuur? NPO Doc vroeg het aan Maarten Reesink, docent Animal studies aan de Universiteit van Amsterdam.
Het succes van dieren op het grote doek
Maarten Reesink vertelt dat de populariteit van de natuur- en dierendocumentaire - na een dipje in de jaren tachtig en negentig - opnieuw opkwam rond het jaar 2000. ‘Er zijn een paar films die een omslag teweegbrachten. March of the Penguins (2005) is daar de bekendste van. Het was lange tijd een van de meest succesvolle documentaires aller tijden. Daardoor werd het duidelijk dat er geld te verdienen is met natuurdocumentaires.’ Al snel volgen andere tv-series met hoge kijkcijfers, zoals Planet Earth (2006) met David Attenborough, en Earth Flight (2011).
Volgens Reesink was het succes van de bioscooprelease van De nieuwe wildernis (2013) van filmmakers Mark Verkerk en Ruben Smit belangrijk voor de Nederlandse natuur- en dierendocumentaires: ‘Nederland bleek een vruchtbare bodem voor een natuurfilmindustrie te zijn. Er verschijnen nu geregeld documentaires met aandacht voor wilde dieren in Nederland, zoals de serie Het WAD (2020) en Strand (2023), ook van Ruben Smit.’
Dier of mens centraal?
Maar hoe zit dat bij documentaires over gedomesticeerde dieren? Een recent voorbeeld is Mijn beessie en ik (2023) van regisseur Johan Kramer. Hierin worden verschillende mensen met een bijzonder of ongewoon huisdier gevolgd. Zo is er iemand met een gigantische naaktslak en een vrouw die haar kat kleding aantrekt voor foto’s op sociale media.
Maarten Reesink heeft zijn bedenkingen over deze representatie van dieren. ‘Eigenlijk had die film Ik en mijn beessie moeten heten. Het zijn mensen die zeggen van hun dier te houden en dat doen ze op hun manier ook, maar vanuit het welzijn van de dieren is dat niet zo. De film laat, onbedoeld, wel goed zien hoe veel mensen omgaan met dieren: voor hun eigen vermaak en welzijn. Dat is natuurlijk leuk en grappig voor op beeld, maar niet per se goed voor het dier. Mensen die goed voor hun dieren zorgen, zetten niet zichzelf, maar het dier centraal.’
Tekst gaat door onder afbeeldingen
Mensen die goed voor hun dieren zorgen, zetten niet zichzelf, maar het dier centraal
Sympathieke dierendocumentaires
Dat ziet Reesink terug in de documentaire Buddy (2018) van Heddy Honigmann. Hierin vertellen verschillende mensen over de relatie met hun (hulp)hond. ‘Weliswaar staan de mensen en het menselijk perspectief centraal, maar iedereen in de film heeft wel compassie met hun dier. Ik vind dit een heel sympathieke documentaire. Net zoals Kedi (2016) waarin een aantal straatkatten in Istanbul geobserveerd worden.’
Ook is Reesink enthousiast over De wilde stad (2018). In deze documentaire worden de wilde dieren in Amsterdam vastgelegd. ‘Het laat Amsterdam zien als een plek waar allerlei soorten dieren door elkaar leven en dat dieren zich prima aan weten te passen aan hun leefomgeving.’
De wolf in beeld
De discussie over de aanwezigheid van wilde dieren in bewoond gebied laait met de komst van de wolf weer op. Hoe ziet Maarten Reesink de representatie van de wolf in documentaires en tv-programma’s? ‘De wolf is voor veel mensen een emotioneel onderwerp,’ aldus de wetenschapper. ‘Ik zie over het algemeen een heel gepolariseerd en weinig op feiten gebaseerde representatie van het dier.’
Volgens Reesink komt dat doordat veel landen in de westerse wereld, en zeker Nederland, geen ervaring meer hebben met grote dieren in het wild. ‘Sommige theoretici roepen dat we totaal vervreemd zijn van de natuur. Ik weet niet of dat helemaal klopt, maar we zijn wel meer vervreemd dan bijvoorbeeld in de Middeleeuwen. Toen leefden dieren meer tussen de mensen door.’
Ik zie over het algemeen een heel gepolariseerd en weinig op feiten gebaseerde representatie van de wolf
Weerwolven en wetenschap
Maarten Reesink beschrijft dat het beeld van de wolf als ‘gevaarlijk’ en ‘eng’ iets is dat we van oudsher meekregen: ‘Niet alleen door kindersprookjes, maar ook door horrorfilms over weerwolven. Dat beeld zit heel diep in onze cultuur. Ik denk dat tegenstanders van de wolf oprecht geloven dat de wolf gevaarlijk is, maar dat cultureel dominante idee komt ze ook goed uit om zo hun argumenten kracht bij te zetten.’
Volgens de wetenschapper staan nieuwe opkomende ideeën, met name uit de wetenschap, daartegenover. ‘We weten nu dat dieren emoties hebben, communiceren. Ook zijn er tegenwoordig veel dierenbeschermings- en dierenrechtenbewegingen die vinden dat wilde dieren evengoed recht hebben om hier rond te lopen. Tot slot spelen ecologische argumenten tegenwoordig een steeds grotere rol: we moeten beter met de planeet omgaan.’
Het beeld van de wolf als ‘gevaarlijk’ en ‘eng’ zit diepgeworteld in onze cultuur
‘Een naam voor een dier is niet onschuldig’
In Wolvenland (2023) van regisseur Niek Koppen komen voor- én tegenstanders van de wolf aan het woord. In de documentaire zit een scène waarin een boswachter vertelt dat zijn dochter een wolvin op de Veluwe de naam Tosca heeft gegeven. Als die wolvin later dood teruggevonden wordt, reageert de boswachter verslagen dat het uitgerekend Tosca is die aangereden is.
Reesink zegt daarover: ‘Een naam geven, dat is niet een onschuldig iets. Een naam geven aan een levend wezen, maakt het tot een individu. Tegenstanders van de komst van de wolf willen juist wegblijven van dat individuele aspect, want dat zorgt voor empathie. Woorden en beelden construeren hoe we naar dingen kijken. Het eerste wat je doet als je een nieuw huisdier hebt, is het een naam geven. Het is niet ”zo maar” een hond of een kat, je wil het als een individu zien.’
Tekst gaat door onder afbeeldingen
Waarom we de Nederlandse wolf geen naam mogen geven
Dieren als complexe hoofdpersonages
Maarten Reesink vindt het interessant dat de laatste twintig jaar meer documentaires verschijnen waarin dieren “round characters” (personages met een complex karakter) zijn. ‘Traditionele natuurdocumentaires gaan over de soort, zoals de eerste series van David Attenborough. Daarin worden de dieren nooit individuen met een eigen levensloop. Er wordt bijvoorbeeld kort “een krokodil” in beeld gebracht en daarna gaat het weer over “een groep apen”.’
Volgens Reesink is die representatie nu langzaam aan het veranderen: ‘Documentairemakers proberen steeds meer de individuele verhaallijnen van de dieren te vertellen. In De wilde stad gebeurt het al een beetje en zeker in documentaireseries als Meerkat Manor (2005) waarin het leven van stokstaartjes als een soort soap wordt verteld.’
Van biologie naar biografie
Maarten Reesink vindt deze verschuiving in representatie een positieve ontwikkeling. ‘Dieren zijn individuen, net als wij. Ik vind dat dat soort verhalen over dieren verteld moeten worden. Het is niet minder wetenschappelijk.
Een Britse collega-wetenschapper verwoordt het mooi: “Traditionele documentaires geven dieren een biologie, terwijl ze dieren een biografie zouden moeten geven.” Je moet ze niet vermenselijken, maar hun levensloop vertellen en zo de kijker uitnodigen tot meer empathie.’
Je moet dieren niet vermenselijken in documentaires, maar hun levensloop vertellen
Meer over dit onderwerp
Argos Medialogica: In het spoor van de wolf
Mediastorm - aflevering 7
Lara Billie Rense kijkt met Peter Kee, politiek duider van BNNVARA, terug op de (politieke) mediaweek. En of het nu gaat over de das of over de wolf, beschermde dieren domineren het nieuws en zorgen voor debat.