Met deze week de volgende documentaires: 'Een grimmig sprookje in Natchez' van Suzannah Herbert, 'Happy Clothes - over Patricia Field' van Michael Selditch, 'Advocaat van de onderwereld' van Mads Brügger, 'Echo's van Sobibor' van Piet de Blaauw en Jan Pieter Tuinstra, 'Wakker in Paraguay' van Fleur Amesz en Gijs Swantee, 'David Bowie: The Final Act' van Jonathan Stiasny, 'De wilde Noordzee' van Mark Verkerk, 'Dina Inou' van Fouzia el Hannouti en 'Fragmented Skies' van Letiția Popa.
Een grimmig sprookje in Natchez (85 min.)
‘Hou je aan het script’, kreeg de Afro-Amerikaanse huiseigenaar Debbie Cosey te horen toen ze tijdens haar huizentour in Natchez halt hield bij een slavenverblijf en een verhaal vertelde over de tot slaaf gemaakte Dicey. Zulke verhalen zijn tegen het zere been van sommige andere eigenaren van plantagehuizen, die mensen rondleiden in het stadje in Mississippi. Natchez groeide in de 19e eeuw, met dank aan de talloze plantages, uit tot één van de welvarendste centra van het ‘Cotton Kingdom’.
Een deel van de huidige bewoners houdt graag vast aan ‘Zuidelijke sprookjes’, zoals bijvoorbeeld de folklore rond het zogeheten Pelgrimage-koningspaar: elk jaar worden daarvoor twee plaatselijke jongeren gekozen. Zij draagt dan als traditionele ‘southern belle’ een hoepelrok. Hij hijst zich in een uniform van het Geconfedereerde leger, dat in de Amerikaanse burgeroorlog streed tegen de afschaffing van de slavernij.
Toerisme is een belangrijke inkomstenbron voor Natchez. De opbrengst daarvan loopt alleen zienderogen terug. De zwarte pastor Tracy ‘Rev’ Collins, die z’n eigen Rev’s Country Tours organiseert, weet wel hoe dit komt. Millennials zitten helemaal niet te wachten op die ‘Gone With The Wind’-verhalen, stelt hij in Een grimmig sprookje in Natchez (85 min.). Daar maakt hij dus korte metten mee. De kolossale huizen die ze om zich heen zien, vertelt Rev bijvoorbeeld aan de passagiers in zijn busje, zijn gebouwd door tot-slaaf-gemaakten. Tijdens z’n tour laat hij de katoenstad van zijn lelijkste kant zien.
Voor een slavenmarktmuseum gaan natuurlijk niet bij elke bewoner van Natchez de handen op elkaar, blijkt in deze documentaire van Suzannah Herbert. ‘Dat vind ik niks’, zegt buurman Gene Williams die al een bod heeft afgewezen om zijn grond te verkopen. ‘Ik was er niet bij. Niemand van ons. En anders had ik het niet gedaan.’ Einde verhaal, wil hij maar zeggen. Net als het neerhalen van al die standbeelden van geconfedereerde generaals, een ander actueel thema in het zuiden van de Verenigde Staten.
Als de geschiedenis wordt herschreven, is het nu eenmaal onvermijdelijk dat de (voormalige) winnaars vasthouden aan hun eigen rozige versie van dat verleden of in het verzet komen - zeker als ze ook in hun portemonnee worden geraakt. Via enkele zorgvuldig gekozen hoofdpersonen toont Herbert die barsten in de gemeenschap: waar de één erkenning wil voor historische misstanden en een ander zich daarvoor best wil openstellen, houden sommige inwoners van Natchez stug vast aan hoe het ooit was.
En als die zich onder elkaar wanen in één van die statige herenhuizen, zo wordt pijnlijk duidelijk in de apotheose van deze scherpe zedenschets van de ‘Deep South’, kan zelfs die ene, allang in onbruik geraakte term, onder het mom van een grapje natuurlijk, als de façade even niet hoeft te worden opgehouden, zomaar weer van stal worden gehaald: het n-woord. Dat went gelukkig nooit meer.
Happy Clothes - over Patricia Field (51 min.)
Zelf maakt Patricia Field het meestal niet moeilijker dan ‘t is: ze zweert bij gelukkige kleding. ‘Ik houd nu eenmaal van gelukkig’, zegt de New Yorkse modeontwerpster en stylist ter verduidelijking. Ze zou dus nooit willen meewerken aan een oorlogsfilm of een horrorfilm. Field maakte als ontwerper naam met de Happy Clothes (tv-versie: 51 min.) van de kaskrakers Sex And The City, Emily In Paris en The Devil Wears Prada.
En de sterren van zulke succesproducties betonen de Grieks-Amerikaanse ontwerpster maar al te graag eer in deze vlotte documentaire van Michael Selditch. ‘Toen ik Pat voor het eerst ontmoette, was ik verliefd’, zegt Sarah Jessica Parker, ofwel Carrie Bradshaw uit Sex And The City, bijvoorbeeld. ‘Ik kan me geen betere partner indenken’, stelt haar collega Kim Cattrall, die samen met Field op shoptrips ging om samen het spraakmakende personage Samantha Jones verder te ontdekken.
En toen Pat Field de jeugdige Lily Collins, de hoofdrolspeelster van Emily In Paris, direct omarmde en zelfs een complimentje gaf voor de broek die ze droeg, voelde die zich de koning te rijk. ‘I feel like I’m winning!’ herinnert Collins zich het gevoel dat ze kreeg tijdens deze eerste ontmoeting. Field voelt zich intussen enigszins bezwaard onder alle loftuitingen, zegt ze meermaals in Happy Clothes - misschien ook wel een beetje omdat dat zo hoort.
Bij het optekenen van ‘Planet Pat’ legt Selditch Field en haar getrouwen, die zich nog altijd rond haar tafel of in haar kunst- en modegalerie verzamelen, in elk geval geen strobreed in de weg. Ook niet als die ene, typisch Amerikaanse accessoire in de interviews en gesprekken wel héél vaak wordt gebruikt om de ontwerper met het opvallende rode haar, de zwaar doorrookte stem en inmiddels meer dan tachtig levensjaren in de ongetwijfeld fleurige achterzak te duiden: de veer in de reet.
Van de vrouw achter de trendsetter wordt de bewonderaar van haar Happy Clothes ondertussen niet al te veel wijzer. Want deze film besteedt nauwelijks aandacht aan Fields persoonlijk leven en richt zich vrijwel volledig op haar professionele bestaan en de hippe New Yorkse (queer)scene waarvan haar werk tegelijk de weerslag en een aanjager is.
Advocaat van de onderwereld (217 min.)
De afspraak is helder: ze mag zich niet schuldig maken aan strafbare feiten. De Deense bedrijfsjuriste Amira Smajic, bijgenaamd De IJskoningin, onderhoudt al jaren nauwe banden met criminele motorbendes zoals de Hells Angels, Bandidos en Satudarah. Ze opereert voortdurend op de scheidslijn van onder- en bovenwereld, heeft intussen al menige dubieuze deal gesloten en wil daarover nu open kaart spelen.
Samen met documentairemaker Mads Brügger, die in The Mole al eens een informant in een zaak rond Noord-Korea runde, heeft de Bosnische vluchtelinge Smajic een nieuwe kantoorruimte geopend, die is volgehangen met camera’s en opnameapparatuur. Een journalistenteam kijkt vanuit een controlekamer mee hoe ze vervolgens criminelen, zwendelaars en corrupte advocaten ontvangt en schimmige zaakjes met hen opzet.
Eén van de vaste gasten van Advocaat van de onderwereld (originele titel: Den Sorte Svane, 217 min.) is de van origine Pakistaanse crimineel Fasar Abrar Raja. Hij behoort tot de motorbende Bandidos, is actief binnen de illegale handel in verontreinigde grond en blijkt gaandeweg bij nog ernstigere misdrijven betrokken te zijn. Fasar, die zou zijn gediagnosticeerd met een ernstige psychische stoornis, laat zich kennen als een zeer onberekenbaar heerschap.
Tegelijkertijd is ook Jimmy Skjoldborg, een klassieke biker die behoort tot de leiding van de Bandidos, regelmatig bij Amira op kantoor te vinden. Hij draagt een ‘expect no mercy’-badge. Volgens de politie is dat een teken dat hij in naam van de club geweld heeft gebruikt. Skjoldborg heeft volgens eigen zeggen echter geen strafblad. De autoriteiten zijn er nooit in geslaagd om voldoende bewijs tegen hem te verzamelen.
Bij dit gezelschap voegt zich de tamelijk kakkineuze jongeman Martin Malm Hansen, die een ingenieus systeem met valse facturen heeft opgezet om zwart geld wit te wassen. Hij krijgt echter al snel serieuze betalingsproblemen en roept dan de hulp in van advocaat Nicolai Dyhr, partner bij het prestigieuze kantoor Horten uit Kopenhagen. Die moet ervoor zorgen dat er bij een faillissement van Hansen geen lijken uit de kast vallen.
Met verborgen camera’s documenteert deze unheimische vierdelige serie hoe de onder- en bovenwereld eendrachtig samenwerken om de wet te omzeilen of te breken. Amira Smajic betoont zich intussen een vaardige manipulator, die de gasten op haar kantoor verleidt - en soms ook bijna uitlokt - om zich uit te spreken over zaken die het daglicht niet kunnen verdragen en die en passant ook bewijsmateriaal tegen hen verzamelt.
In een soort verhoorsetting probeert Brügger, zelf ook niet vies van een dramatisch opgezet rollen- of dubbelspel, ondertussen te vatten wat Smajic’s motivatie is voor deze waaghalzerij voor de camera, die de hele (onder)wereld straks kan aanschouwen. Waarom is ze bereid om haar eigen veiligheid op het spel te zetten? Ook hij kan De IJskoningin echter moeilijk peilen - al maakt haar dat meteen een intrigerend personage.
Brügger maakt soms echt een ingewikkeld schimmenspel van deze miniserie, maar toont tegelijk ondubbelzinnig aan dat ook Denemarken, in de afgelopen jaren zesmaal gekozen tot minst corrupte land ter wereld, zeker niet vrij is van ondermijning. En dat heeft desastreuze gevolgen voor enkele vertegenwoordigers van de bovenwereld die, zo laten die verborgen camera’s feilloos zien, hun morele kompas hebben uitgeschakeld.
Daarmee ondermijnen ze niet alleen hun eigen positie, maar ook die van al hun integere vakgenoten.
Echo’s van Sobibor (165 min.)
In 2021 wonnen Piet de Blaauw en Jan Pieter Tuinstra een Tegel, de belangrijkste Nederlandse prijs voor journalistiek, met de documentaire De Sobibor Tapes – De vergeten interviews van Jules Schelvis. Vijf jaar later is er de driedelige serie Echo’s van Sobibor (165 min.). Die neemt opnieuw de getuigenissen die Sobibor-overlevende Jules Schelvis en schrijfster en slaviste Dunya Breur in de jaren tachtig vastlegden van overlevenden van het vernietigingskamp Sobibor als uitgangspunt, maar kijkt ook nadrukkelijk naar de volgende generaties van hun families.
Jetje Manheim van de Stichting Sobibor, een goede vriendin van de in 2016 overleden Schelvis, fungeert daarbij als verbindende schakel. Heel lang wist ze weinig over Sobibor, haar vader wilde er niets van weten. Later vertelde hij dat haar grootouders in het kamp waren vermoord. Het gedenken daarvan is volgens Jetje de laatste tijd echter in een heel ander licht te staan door de oorlog in Israël en Gaza. ‘Die maakt het bijna onmogelijk om puur te herdenken’, constateert ze. ‘De boodschap van het nooit meer laten gebeuren van zo’n verschrikkelijk onheil is al verstoord.’
Miriam en Eran Kahanov, de dochter en kleinzoon van Hella Weiss, ervaren in Israël hoe het leven daar sinds de aanslagen van 7 oktober 2023 is veranderd. Als ze over Weiss vertellen, zijn op de achtergrond acties van het Israëlische leger te horen. Michael en Vadym, de zoons van de Oekraïner Arkady Wajspapir, vragen zich intussen af wat hun vader zou hebben gevonden van de huidige oorlog in hun land. Die wilde beslist niet leven in een totalitaire staat. En Rena Blatt, de dochter van Thomas Blatt, kampt met het permanente gevoel van onveiligheid waarmee ze in de VS is grootgebracht.
Via getuigenissen van de gevangenen die het vernietigingskamp in Polen, al dan niet na de befaamde opstand op 14 oktober 1943, wisten te overleven, schakelen De Blaauw en Tuinstra in deze miniserie soepel tussen heden en verleden. Naar het lange gesprek bijvoorbeeld dat Thomas Blatt in 1983 had met de aangeklaagde kampbeul Karl Frenzel. ‘Ik wil nadrukkelijk naar u uitspreken dat ik niet kwaad op u ben’, zegt Frenzel, die vindt dat hij zelf ook ontzettend heeft geleden. ‘Dat u van alles over mij hebt verteld en ook een zekere haat tegenover ons koestert neem ik u niet kwalijk.’
‘Dit is echt ongelooflijk’, reageert Jetje Manheim verontwaardigd, na het beluisteren van de geluidsopnames. ‘Ik kan niet begrijpen wat ik gehoord heb. Hij zegt ook dat hij Blatt niet kwalijk neemt wat hij vandaag in de rechtszaak gezegd heeft. Dat moest er nog bijkomen. Dit is gewoon de omgekeerde wereld.’ In Brazilië heeft Sobibor-overlevende Stanislav ‘Shlomo’ Smajzner dan allang zijn conclusies getrokken. Als hij in 1978 de SS’er Gustav Franz Wagner uit Sobibor herkent in zijn nieuwe thuisland, wil hij hem het liefst direct doden. In 1980 steekt Wagner zichzelf dood in zijn cel. (Zelf)moord?
Zo blijven de gruwelijke gebeurtenissen in Sobibor hun schaduw werpen over het latere leven van de overlevenden, nabestaanden en hun afstammelingen. Ook achter de voordeur hebben die veel ellende veroorzaakt. Zo spreekt Dena, de weduwe van Thomas Blatt, in het slot van de laatste aflevering van deze miniserie voor het eerst uit hoe onmogelijk ‘t eigenlijk was om met haar man te leven. Blatt, die zich naar buiten toe altijd goed en groot hield, was volgens Dena niet in staat om van anderen te houden en maakte haar en de rest van het gezin gedurig het leven zuur.
Met zulke ontboezemingen brengt Echo’s van Sobibor, ruim tachtig jaar na dato, alle uithoeken van het oorlogstrauma dat dit ene Duitse vernietigingskamp teweeg bracht nog eens krachtig in beeld.
Wakker in Paraguay (216 min.)
Jeroen maakte van zijn vlucht een bestemming, aldus Roos Ouwehand. De empathische verteller van deze vijfdelige serie van Fleur Amesz en Gijs Swantee kruipt, in navolging van klassieke documentaireproducties zoals Schuldig en Stuk, in het hoofd van de personages en heeft voor elke hoofdpersoon van Wakker in Paraguay (216 min.) slechts enkele pennenstreken nodig om die te kenschetsen. Het gaat om verontruste burgers die zich, zeker sinds de Coronacrisis, ernstig bekneld voelen in Nederland en aan de andere kant van de wereld, in de door Duitse immigranten gestichte gemeenschap Hohenau, samen een nieuw bestaan willen beginnen met de leefgemeenschap Oasis.
Mart ziet bijvoorbeeld ‘wat er echt speelde in de wereld’, hoopt in Paraguay een ongevaccineerde partner te vinden en wil in de ‘stralingsvrije jungle’ ook zijn frequentieapparaten blijven verkopen. Carla werd in haar jeugd beschouwd als onhandelbaar - ‘alsof ze niet wilde luisteren’ - maar was in werkelijkheid doof aan één oor. Zij zou met haar broer Rob naar het Zuid-Amerikaanse land verkassen, maar die is op het laatste moment afgehaakt. En Jan groeide op met ‘een diep wantrouwen tegen de overheid’ en besloot nieuwe invallen of arrestaties van de politie niet meer af te wachten - ‘ook al betekende dat dat hij zijn twee opgroeiende kinderen moest achterlaten’.
En jurist, ondernemer en voormalig drugshandelaar Jeroen Pols, die eerst samen met Jans broer Willem Engel het gezicht was van de omstreden actiegroep Viruswaarheid en die inmiddels geldt als de onofficiële voorman van de ‘wakkere’ gemeenschap, maakt van zijn vlucht dus een bestemming. Pols heeft de krachten gebundeld met een jong hoogopgeleid ondernemersstel, dat net z’n eerste kind heeft gekregen in Paraguay. ‘De onrust in Nederland legde Anne en Lester geen windeieren’, vertelt Ouwehand over hen, als zij een bijeenkomst ‘op een kil bedrijventerrein in het winterse Weesp’ organiseren. ‘Een zaal vol zeer verontruste mensen die hun hoop op hen hadden gevestigd.’
‘De belofte van vrijheid, eenvoud en ruimte was groot’, constateert de alomtegenwoordige verteller nog maar eens. ‘Zou Paraguay ook echt het beloofde land blijken te zijn?’ De vraag stellen is hem vermoedelijk ook beantwoorden. Pols’ motto ‘ieder voor zich, allemaal samen’ doet intussen toch echt denken aan de slogan die de ‘vrije jongens’ van De Tegenpartij, de culthelden van het illustere satirische duo Van Kooten & De Bie, ooit gebruikten: samen voor ons eigen. ‘Project Paraguay’ moet een oase van vrijheid worden. Met een kleine overheid, want dat is volgens Pols als ‘een kankergezwel’, en zónder 5G-straling, lockdowns, pedonetwerken en chemtrails.
Amesz en Swantee bezien de lotgevallen van hun hoofdpersonen met oog voor de mens en zonder duidelijk oordeel en vallen hen ook niet lastig met kritische vragen. Ze portretteren daarnaast wel Enrique, een vertegenwoordiger van de ‘inheemse’ bevolking die regelmatig met de wakkere gemeenschap van doen heeft, en Bart, een Nederlander die al veel langer in het Zuid-Amerikaanse land bivakkeert. Zij bezien de nieuwkomers en de manier waarop die zich manifesteren, ook online, met de nodige verbazing. Zo vormt zich een intrigerend groepsportret van een gemeenschap, die z’n toevlucht heeft gezocht tot een land dat jarenlang leefde onder een militaire dictatuur en een thuishaven was voor gevluchte nazi’s.
Het lijkt onvermijdelijk dat er gaandeweg steeds meer barsten zichtbaar worden in de wakkere idylle. Of zoals verteller Roos Ouwehand ‘t bij aanvang van de slotaflevering verwoordt: ‘Hier in het verre Zuid-Amerika hadden ze eindelijk gevonden, waar ze zo wanhopig naar op zoek waren: vrijheid. Maar… bestond er werkelijk zoiets als vrijheid zonder een prijs?’
David Bowie: The Final Act (91 min.)
‘We kunnen eerst eens beginnen met alles noemen wat er mis was met Bowie in de afgelopen tien jaar: zijn pakken, zijn teint, zijn schoenen, zijn shirts, zijn nep Cockney-accent’, begint Jon Wilde voor te lezen uit zijn eigen recensie van het tweede Tin Machine-album. ‘Dit is de man die zich zijn halve leven opnieuw wist uit te vinden en nu op z’n 44e onverwacht het wereldwijde lachertje is geworden’, schrijft hij in 1991 in het Britse muziekblad Melody Maker. Wilde moet zelf even naar adem happen en vervolgt daarna. ‘De dwaas maakt zichzelf wijs dat wij op deze veredelde pubrock zitten te wachten.’ Hij eindigt zijn bespreking met een keiharde boodschap aan de ‘Starman’ zelf: you’re a f***ing disgrace.
Ook voor David Bowie (1947-2016) is het duidelijk: hij zit nu toch echt in een midlifecrisis. Zijn poging om na jaren als een internationale ster, die steeds nieuwe ruimte heeft verkend, zomaar weer één van de jongens in een band te worden, is glorieus mislukt. (Hoe) kan hij, de artiest/kunstenaar die zijn tijd altijd ver vooruit leek, zichzelf nog eenmaal opnieuw uitvinden? Voordat deze documentaire van Jonathan Stiasny daadwerkelijk toekomt aan David Bowie: The Final Act (91 min.), die tot een climax wordt gebracht op zijn allerlaatste album Blackstar, worden eerst vaste Bowie-mijlpalen zoals Space Oddity, Changes, Ziggy Stardust, Life On Mars, Young Americans en Let’s Dance aangedaan.
En partners in crime als gitarist Earl Slick, producer Tony Visconti, zangeres Dana Gillespie, de pianisten Mike Garson en Rick Wakeman, touragent John Giddings, Tin Machine-gitarist Reeves Gabrels, deejay Goldie, schrijver Hanif Kureishi en het muzikale duizenddingendoekje Moby krijgen dan alle gelegenheid om hun indrukken en herinneringen te delen. Gezamenlijk schetsen zij ook de periode waarin David Bowie doorgaat voor irrelevant - niets ergers dan dat voor een pionier zoals hij. Na een periode van 'hit & miss', waarin 'ie behalve Tin Machine ook een Pepsi-commercial met Tina Turner uitbrengt en krampachtig aansluiting zoekt bij de nieuwste dance-stromingen, hervindt hij zichzelf op het Glastonbury-festival van 2000.
Een nieuw millennium is aangebroken. Bowie’s leven en loopbaan staan nog eenmaal op een keerpunt. ‘Rocks grootste kameleon’ omarmt het verleden dat hij zo lang links heeft laten liggen en richt zich vervolgens, omdat dit nu eenmaal in zijn aard zit, op de toekomst. Oók als duidelijk wordt, in elk geval bij hemzelf, dat die zelfs bij hem eindig is. Bij de mensen met wie hij aan zijn laatste meesterzet werkt wil dat in eerste instantie nog niet doordringen, vertellen ze in dit postume portret van de man die altijd een fascinatie had voor de ruimte. Met het treffend getitelde Blackstar, uitgebracht op zijn 69e verjaardag en slechts twee dagen voor zijn dood op 10 januari 2016, claimt David Bowie zijn eigen plek in de sterrenhemel.
De wilde Noordzee (89 min.)
Zijn passie voor de onderwaterwereld werd ooit in gang gezet door de films van de befaamde Franse ‘oceanaut’ Jacques Cousteau. En gaandeweg wist de Nederlandse duiker en natuurfilmer Peter van Rodijnen van zijn hobby zowaar z’n beroep te maken. Het duurde alleen even voordat hij ook in zijn eigen omgeving begon rond te kijken, naar De wilde Noordzee (89 min.).
Hij start deze groots opgezette natuurfilm, geregisseerd door Mark Verkerk, dicht bij huis, in zijn eigen biotoop Zeeland. Daar observeert hij bijvoorbeeld hoe een mannelijke zeedonderpad wekenlang tussen de oesters waakt over z’n eitjes. ‘Na al die weken zorg voor hem en zo’n tien koude duiken voor mij komen de eitjes uit’, vertelt Van Rodijnen erbij. ‘Ja, je krijgt echt een band! Nou ja, of het echt wederzijds is…’
Zo begeleidt hij de verwikkelingen in en om het water van persoonlijk, veelal luchtig commentaar. Bij de reuzenhaai bijvoorbeeld, ‘formaat stadsbus’, die hij zowaar ook in die 'good old' Noordzee aantreft. Voor de mens vormt die geen gevaar. Want deze haai mag dan gigantisch groot zijn, volgens de Nederlandse Cousteau eet hij piepklein. ‘Hij zwemt met zijn muil open’, windt hij er geen doekjes om, ‘en filtert er plankton uit.’
Peter van Rodijnen is natuurlijk geen Jacques Cousteau - of ‘een’ David Attenborough - maar zeker een verdienstelijke verteller, met ook oog voor de rol van de mens: van vissers uit Urk tot de aanleg van windmolens. Hij benoemt de schade die zo wordt aangericht, maar zoomt ook in op initiatieven om de biodiversiteit te stimuleren, zoals Deense pogingen om de zalm te laten terugkeren in z’n oorspronkelijke leefgebied.
Van Rodijnens verhalen strekken zich uit tot alle landen rond de Noordzee en worden begeleid door treffende Cousteau-citaten, een weelderige soundtrack van Sven Figee en - natuurlijk - zinnenprikkelende beelden van het waterleven, zowel (extreme) close-ups van al wat leeft onder de zeespiegel als epische droneshots van de wereld daaromheen. Ernaar kijken betekent ook bij De Wilde Noordzee er waarde aan hechten.
En, citeert Peter van Rodijnen tot besluit ene Jacques-Yves Cousteau: 'mensen beschermen waar ze van houden.’