‘Ik wil laten zien dat sommige problemen te groot zijn om als individu aan te pakken’
Regisseur Dikla Zeidler over de documentaire ‘Alles moet beter’
De documentaire ‘Alles moet beter’ (NTR) volgt drie jongeren die op verschillende manieren geraakt worden door falende systemen. Het moet beter, maar kan dat? Dikla Zeidler volgde de jongeren een aantal jaar in hun zoektocht. NPO Doc sprak met de regisseur over het maakproces.
Alles moet beter
Jongeren die worden geraakt door systeemcrises gaan op zoek naar hoe het beter kan.
Kun je iets meer de ontstaansgeschiedenis van de film schetsen?
Dikla Zeidler: ‘Mijn vorige documentaire De kinderen van Mokum, en ik eindigde met een teleurstelling omdat het een groepje jonge krakers in Amsterdam niet lukte om te blijven kraken. Er kwamen nogal wat neerbuigende reacties van de oudere generatie kijkers; die deden alsof ze niet hard genoeg hun best hadden gedaan.
Dat maakte me ontzettend boos. Die mensen begrepen wat mij betreft niet hoe moeilijk het is om twintiger te zijn en je af te vragen of je wel een toekomst hebt door al het systeemfalen. Toen dacht ik: ik moet een film maken die dát laat zien. Zodat niemand meer kan zeggen: "Die jongeren stellen zich aan”.'
We volgen drie jonge mensen die alle drie op een andere manier met een systeemcrisis te maken hebben en daartegen ageren. Waar was je naar op zoek in je hoofdpersonen?
‘Ik wilde hoofdpersonen bij wie een bepaalde systeemcrisis duidelijk veel invloed had op hun dagelijks leven en ik wilde verschillende vormen van verzet laten zien.
Maar ik wilde ook dat er op het moment van filmen een ontwikkeling bij hen plaatsvond. Bij alle drie zag dat er anders uit. Sam had net ontslag genomen bij de gemeente Den Haag nadat ze op non-actief was gezet: ze was gefotografeerd tijdens een Extinction Rebellion-demonstratie en opgepakt. Ze nam ontslag en richtte zich fulltime op actievoeren. Ruben had als raadslid in Dordrecht informatie gelekt in de zaak Chemours en riskeerde een jaar cel. Rohan wilde de gemeente Den Haag voor de rechter slepen omdat zij niets deden voor jongeren die via hun ouders slachtoffer waren van de toeslagenaffaire.
Ik wilde verschillende vormen van verzet laten zien
Uiteindelijk pakte het anders uit en gingen de rechtszaken van Ruben en Rohan niet door en belandde Sam in het beklaagdenbankje. Toch werkte het, want per hoofdpersoon bleef er over de hele film genomen een ontwikkeling.
Bovendien vond ik het ook belangrijk dat hun thema’s en de manier waarop ze daarmee omgingen raakvlakken hadden. Het begint met boosheid, dan een soort moedeloosheid en het eindigt in hoop en kracht.’
Dit is niet alleen een film over activisme. De nadruk ligt ook op het falen van systemen. Waarom vond je dat belangrijk?
‘‘Veel mensen willen iets aan de staat van de wereld doen en denken dat het aan henzelf ligt dat dat niet lukt. Ik wil met deze film laten zien dat sommige problemen te groot zijn om als individu aan te pakken. De problemen worden veroorzaakt door een ingewikkeld systeem dat gevormd wordt door instituties van de overheid, de banken en het bedrijfsleven. Die zijn allemaal met elkaar vervlochten, waardoor iedereen de verantwoordelijkheid naar de ander kan doorschuiven.
Ik wil ook tonen dat die systemen je kapot kunnen maken áls je er iets aan wil doen. Zo wordt Ruben aangeklaagd nadat hij informatie lekt over het Chemours, een bedrijf dat zo vervuilend is dat het de volksgezondheid in gevaar brengt. Dat soort reacties zorgen ervoor dat iemand radicaliseert en zich niet gehoord voelt. Je plakt jezelf niet van de een op andere dag vast op de A12. Dat zie je bij ook bij Sam. Van jongs af aan probeerde ze om op nette manieren de klimaatcrisis aan te kaarten, maar zonder resultaat.
We moeten als individuen niet continu onszelf de schuld geven en de vinger naar elkaar wijzen
Ik vind het belangrijk om die systemen verantwoordelijk te houden. We moeten als individuen niet continu onszelf de schuld geven en de vinger naar elkaar wijzen. Natuurlijk mag je best naar je eigen gedrag kijken en verantwoordelijkheid nemen. Maar als er zulke grote systemen achter de problemen zitten, dan moet je je krachten bundelen en dáár je energie op richten.’
Je film bevat veel elementen: dynamische scenes, verstilde momenten, snelle montages van online activisme en natuurlijk de protestmuziek. Waarom koos je hiervoor?
‘Ik zag vanaf het begin een associatieve montage voor me waarbij scènes van de hoofdpersonen werden afgewisseld met mediafragmenten, memes en social media-clipjes.
Ik wilde graag een beeldtaal creëren die past bij jongeren. Veel traditionele documentaires gaan heel langzaam, waarbij je moet gissen wat er aan de hand is. De jongere kijker kan veel meer snelheid aan.
Er is in de film ruimte voor rustige scènes, want je kunt niet continu zo snel gaan. Maar door middel van de protestmuziek, die als een soort lijm tussen de scènes zit en de onderliggende emoties vertegenwoordigen, kun je heel snel to the point komen.’
We zijn nu op Movies That Matter filmfestival, waar de film in première is gegaan. Welke reacties krijg je hier op de film?
‘Ik merk dat de film mensen erg raakt. Ik hoor bijvoorbeeld veel dat kijkers ontzettend met Rohan meeleven. Daar ben ik blij mee. De toeslagenaffaire is voor veel mensen naar de achtergrond verdwenen, maar er is een enorme groep gedupeerden die er nog dagelijks onder lijdt. Als dat binnenkomt, heb ik ieder geval íets bereikt met de film.
De film zorgt ervoor dat kijkers nadenken hoe ze zélf in actie kunnen komen
Daarnaast hoor ik dat de film er enerzijds voor zorgt dat kijkers nadenken hoe ze zélf in actie kunnen komen, maar anderzijds dat al die systeemcrises ook moedeloos stemmen. Iemand uit het publiek zei heel mooi: “De film is een portret van de hoop en de wanhoop samen”.’
Over hoop en wanhoop gesproken. Hoe voel jij je na het maken van deze film?
‘Na sommige draaidagen voelde ik me moedeloos. Bijvoorbeeld toen ik Sam had gefilmd bij een demonstratie op de A12, waar ze met heftig politiegeweld te maken kreeg. Of als ik met Rohan meeging naar hulpinstanties die wéér niets aan zijn situatie deden.
Op andere momenten kreeg ik juist energie en voelde ik hoop. Sam zegt altijd: “Hoop is een spier die je kunt trainen.” Dat vind ik heel mooi. Je kunt altijd zoeken naar kleine, hoopgevende dingen en daar actie aan verbinden om ervoor te zorgen dat dingen beter worden. Zonder die hoop kun je helemaal niets doen, dus die moeten we niet verliezen.’