‘Misschien schuilt er ook wel een kleine Hennie in mijzelf’
Regisseur Max Ploeg over zijn documentaire 'Pretpark Hennie'
VPRO
Gaat het Rotterdamse attractiepark van ondernemer Hennie van der Most ooit open? In de documentaire ‘Pretpark Hennie’ (BNNVARA) volgt regisseur Max Ploeg de eigenzinnige zakenman in aanloop naar de beoogde opening op zijn 75ste verjaardag. Ersin Kiris spreekt de maker over zijn film in het pretpark in aanbouw.
Pretpark Hennie
Deze documentaire volgt ondernemer Hennie van der Most tijdens de bouw van zijn pretpark Rivoli in Rotterdam.
Veertien jaar geleden zag ondernemer Hennie van der Most een oude afvalverbrandingscentrale in Rotterdam Zuid die hem deed dromen van een nieuw project: een attractiepark. ‘Ik zag een man met een missie’, vertelt regisseur Max Ploeg.
Ondernemer Hennie van der Most stond direct open voor een documentaire over hem en zijn levenswerk. “Misschien kan het wel een tiendelige serie worden” stelde hij voor’, herinnert Ploeg zich: ‘Hij was meteen enthousiast.’
Droompersonage met een eigen wil en geluid
De zakenman bleek een droompersonage voor de regisseur. ‘Hennie is altijd bezig met een plannetje.’ Tegelijkertijd was hij ook niet altijd makkelijk om te filmen. ‘Hij is niet zo gestructureerd en laat zich lastig regisseren. Als ik even bleef staan om een wijder shot te maken, riep hij “Waar blijf je nou?”’, vertelt de filmmaker.
Geluid speelt een belangrijke rol in de documentaire. ‘De sound designers hebben allerlei maffe geluiden van achtbanen en schreeuwende mensen onder de beelden gezet.’ Zo wilde Ploeg het pretpark, dat in het hoofd van Hennie al af is, tot leven brengen. ‘Hij heeft al helemaal een beeld van hoe het zal zijn.’
Geen "gekkie"
De documentaire Pretpark Hennie is vooral observerend gemaakt. ‘Er zitten geen grote filosofische overpeinzingen in. Het werkte het beste om Hennie gewoon te volgen’, vertelt Ploeg. Dat levert soms ongemakkelijke, maar veelzeggende momenten op. ‘Ik vroeg hem wie die Thaise vrouwen zijn die bij hem thuis werken. Hij noemde ze zijn hulp aan huis: ze koken voor hem en masseren hem. Hennie is niet zo’n prater, hij dóét vooral. Je leert hem het beste kennen als je hem bezig ziet.’
Maar hoe zorg je dat de komische ondertoon van de film Hennie niet als een ‘gekkie’ neerzet? Ploeg benadrukt dat hij zijn hoofdpersoon juist serieus neemt. ‘Een docent van mijn kunstopleiding zei altijd: “Zolang je de film nog aan je hoofdpersoon durft te laten zien, zit je aan de goede kant van de grens.” De regisseur heeft zich hier ook aan dat principe gehouden, al sneuvelt natuurlijk enorm veel als je vijftig dagen gefilmd hebt’.
Een plek waar mensen zichzelf kunnen zijn
Hennie van der Most bemoeit zich bij de bouw van zijn pretpark met alle details, een eigenschap waarin de regisseur zichzelf herkent. ‘Misschien schuilt er ook wel een kleine Hennie in mij, zegt Ploeg, die alles zelf filmde en grotendeels monteerde. ‘Hennie wil bepalen waar elk steentje komt te liggen. Dat heb ik ook. Het liefst was ik nog jaren doorgegaan met filmen.’ De selectie van de film voor het International Film Festival Rotterdam zorgde uiteindelijk voor een deadline.
Bij de bouw van het pretpark blijkt iedereen welkom, ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. ‘Hennie heeft zelf de LTS niet afgemaakt en is gewoon met zijn handen gaan werken’, zegt Ploeg. Ik denk dat hij daarom een zwak heeft voor mensen zonder opleiding, die graag in de bouw aan de slag willen.’
Veel bouwvakkers woonden nog lange tijd in de caravans op het terrein, zelfs toen de bouw stil kwam te liggen. Inmiddels zijn veel mensen weggestuurd, het park zit in zware financiële problemen en een veiling ligt in het verschiet.
‘Dit pretpark gaat niet eens zozeer over de vraag of het ooit opengaat’ besluit Ploeg. Het gaat om de mensen die er werken. Dat ís het pretpark. De attracties zijn niet de achtbanen, maar de graafmachines en bouwmaterialen. Het is een plek waar mensen kunnen werken, zichzelf kunnen zijn en iets kunnen leren. Dat is volgens mij de echte waarde van dit park.’