‘Ik heb een genuanceerder beeld van migratie gekregen’

Interview met regisseur Mark Bakker over de documentaire ‘De weg naar Fenix’

Kijkwijzer: alle leeftijden, grof taalgebruik

Op het Rotterdamse Katendrecht staat Fenix: een historische havenloods die is getransformeerd tot een kunstmuseum over migratie. Een plek vol verhalen over wat het betekent om alles achter te laten en opnieuw te beginnen. Voor ‘De weg naar Fenix’ (NTR) legde regisseur Mark Bakker vijf jaar lang de ontwikkeling van het museum vast. Ersin Kiris gaat met de maker in gesprek.

De documentaire De weg naar Fenix begon voor regisseur Mark Bakker toen hij gevraagd werd om te filmen hoe museumdirecteur Wim Pijbes een handtekening zette bij de oplevering van de havenloods die een museum moest worden. Vervolgens werd Bakker gevraagd om een plan te maken voor een documentaire.

‘Het basisidee bestond uit verschillende verhaallijnen’, aldus Bakker. ‘Ik wist van de plannen rondom de Tornado, van het van het feit dat ze persoonlijke, historische objecten wilden verzamelen, van de expositie The Family of Migrants en ik wist van het Kofferdoolhof. Die lijnen ben ik gaan volgen.’

Niet alles was echter vooraf bekend bij de maker. Bakker: ‘Wat ik niet wist was hoe ze het precies gingen doen. Hoe maak je een modern museum over migratie, wat op dit moment toch een beladen onderwerp in de maatschappij is? Hoe ga je daarmee om?’

Ondanks het feit dat migratie een beladen onderwerp is en het museum voor grote dillema’s stond, voelde de regisseur zich vrij in het maken. ‘We hebben natuurlijk aan het begin gezegd: wij willen vrijheid van werken. Vanuit Fenix zijn er veel suggesties aangedragen. Toen heb ik gewoon gekeken: is dat inderdaad interessant voor de film? Maar er is mij nooit iets opgelegd. Ik heb zelf de keuzes kunnen maken in wat ik interessant vond en wat ik vond dat de film verder zou brengen.’

Migratieverhalen tot leven brengen

Een van de belangrijke verhaallijnen in De weg naar Fenix draait om het Kofferdoolhof: een installatie waarin bezoekers tussen tweeduizend koffers via een audiotour naar de verhalen van hun voormalige eigenaren luisteren. Fenix verzamelde de afgelopen jaren al deze koffers die met hun eigenaren de wereld over reisden. Hoe breng je dit tot leven?

De regisseur legt uit: ‘Je zoekt een koffer met een mooi verhaal dat het gevoel van migratie heel duidelijk weergeeft. Uiteindelijk kwam ik uit bij Ken Gould die een koffer van zijn moeder, die in de jaren veertig naar Amerika vluchtte voor de Nazi’s, inleverde.’

Bakker volgde de koffer op weg naar de Fenix en sneed daaronder het verhaal wat die koffer vertegenwoordigt. ‘Ik wilde laten zien hoe die koffer de reis van Europa naar Amerika maakte, maar ook hoe hij hier weer aankomt en uit Kens leven verdwijnt.’

Hoewel de regisseur bevlogen over het onderwerp praat, heeft hij zelf geen ervaring met migratie. ‘Ik had ooit een plan om te emigreren naar Noorwegen, maar ik kreeg koudwatervrees en ben in Nederland gebleven. Ik vond vrienden en familie te belangrijk en ik durfde niet. Ik realiseer me nu ook heel goed hoe groot die stap is.’

Door het maken van de documentaire kijkt Bakker anders naar het thema. ‘We weten allemaal wat migratie is, maar ik heb wel een nog genuanceerder beeld ervan gekregen. De persoonlijke verhalen achter de koffers of andere persoonlijke objecten in het museum hebben daar absoluut bij geholpen.’ 

De scène is de scène

Hoewel er veel te doen was rondom de totstandkoming van Fenix, had de regisseur weinig behoefte om kritische vragen te stellen. ‘Ik heb geprobeerd een direct cinema documentaire te maken, waarbij je het verhaal laat gebeuren’, legt hij uit. ‘Op de set vraag ik eigenlijk nooit wat. Ik probeer zo min mogelijk in te grijpen, zoveel mogelijk de dingen te laten gebeuren zoals ze normaal gebeuren. Ik doe zelf camera, dus ik sta er middenin. Dat vind ik heel fijn.’

Voor Bakker is die authenticiteit erg belangrijk: ‘De scène is de scène. Ik ben er, maar ik ben er ook niet. Dus ik film wat er gebeurt. En dat laat ik zo goed mogelijk zien. De dynamiek tussen de mensen, hoe ze erin staan, hoe ze over dingen nadenken. Daar probeer ik de kern uit te halen. Natuurlijk denk ik wel: had het niet beter zo gekund? Maar het is wat het is. En dat vind ik ook het mooie aan film.’