‘Het is niet de Surinaamse geschiedenis, het is ónze geschiedenis’
Interview met regisseur Emma Lesuis over de documentaire 'Bagasi, wat we meedragen'
VPRO
Regisseur Emma Lesuis kreeg van haar schoonvader een koffer met zijn familiearchief. Daaruit blijkt dat zijn opa een invloedrijke koloniale bestuurder was in Suriname. Intussen leefden Emma's eigen grootouders onder zijn bewind. Wat doe je met die koloniale erfenis? Wat geef je door aan je eigen kinderen? Sophie Derkzen gaat er met de regisseur over in gesprek naar aanleiding van haar documentaire 'Bagasi, wat we meedragen'.
Bagasi, wat we meedragen
Wat betekent het om als maker met Surinaamse roots een koloniaal verleden van je schoonfamilie te onderzoeken?
Al jaren had Emma Lesuis de koffer met het archief van haar schoonfamilie in huis en wist ze dat de overgrootvader van haar man procureur-generaal in het koloniale Suriname was. Ze wist ook dat ze er een verhaal over wilde maken, maar het lag gevoelig. Pas op het moment dat ze zwanger was van haar eerste kind ging Lesuis ermee aan de slag.
De filmmaker begint de documentaire met een brief aan haar kinderen. ‘Ik wilde het niet alleen over de procureur-generaal en zijn tijd hebben. Dat stond ver van mij af. Maar mijn kinderen dragen allebei de geschiedenislijnen met zich mee. Zowel van de kolonisator als van zij die gekoloniseerd werden. Ik vond het mooi om die twee verhalen te combineren. Dat klopte voor mij veel meer dan alleen een verhaal over de kolonisator in het koloniale tijdperk.’
Gewoon een ambtenaar?
De Surinaamse voorouders van de regisseur leefden onder het bewind van Kielstra, de gouverneur, en zijn rechterhand Maarten de Niet, de opa van haar schoonvader. Hij noemt zijn opa een ambtenaar die beleid uitvoerde. Wat vindt Lesuis van die opvatting?
‘Maarten de Niet was een ambtenaar die zijn werk uitvoerde, maar hij had daarin ook een keuze. Gouverneur Kielstra heeft ervoor gezorgd dat de verschillende bevolkingsgroepen in Suriname gesegregeerd werden. Procureur-generaal De Niet heeft daar actief aan bijgedragen. Bovendien sloot hij ook mensen op door misbruik te maken van de Krankzinnigen Wet zodat hij ze kon opsluiten een psychiatrische inrichting. Dit werd gebruikt om kritische mensen monddood te maken.’
Dus deed Maarten de Niet gewoon zijn werk? Le Suis: ‘Ik vind het wel lastig als mijn schoonvader dat zegt. Want dan bagatelliseer je dat de uitvoering van Kielstra’s beleid tot op de dag van vandaag grote gevolgen gehad voor de Surinaamse samenleving.’
Niet meer verstoppen
Niet alleen de schoonvader van de regisseur heeft een grote rol in de documentaire, ook haar eigen ouders zitten in de film. Zij – vader een witte Nederlander, moeder van Surinaamse afkomst - denken ieder anders over wat het betekent om van kleur te zijn. Voor Lesuis kwam het gesprek daarover, dat als scène in de film te zien is, als een verrassing.
‘Mijn moeder ging opeens voor zichzelf staan’, blikt de regisseur terug. ‘Ik heb haar nog nooit horen zeggen dat van kleur zijn en hoe mijn vader daarmee omging lastig voor haar was. Toen ik opgroeide ging het ook nooit over kleur, terwijl er zoveel dingen gebeurden die daar wel mee te maken hadden.’
In de documentaire lijkt het alsof haar moeder steeds meer haar Surinaamse afkomst omarmt. Lesuis: ‘Je ziet dat ze in haar kracht staat. Ze kijkt naar zichzelf met het idee: “Ik ben een zwarte vrouw en ik ben er trots op. Ik hoef me niet meer te verstoppen.” Door deze film en door verhalen die ik eerder maakte is ze daar bewust mee bezig geweest. Het heeft bij haar iets geopend en die transformatie zie je in Bagasi.’
Een gekoloniseerd volk kan niet dekoloniseren
Historicus Mildred Caprino stelt in de documentaire: ‘Een gekoloniseerd volk kan niet dekoloniseren, dat moet het koloniserende land doen.’ Hoe kijkt de regisseur daarnaar?
Lesuis: 'Surinamers, zeker Afro-Surinamers, die zijn letterlijk uit hun context gerukt. In Suriname is hun taal, hun traditie, hun cultuur uit hun lichaam geslagen. Ze zijn onthecht van waar ze vandaan komen, maar ze zijn niet onthecht van de kolonisator. Dat heeft er ook voor gezorgd dat er nog steeds heel veel schaamte nog steeds zit, bijvoorbeeld over huidskleur en haren. Daarvan zegt de historicus: “We moeten onthechten, loslaten, opnieuw beginnen en onszelf waarderen."’
Volgens de filmmaker moet het koloniserende land, in dit geval Nederland, verantwoordelijkheid nemen. ‘Het gaat dan niet om excuses aanbieden en daarmee is de kous af’, stelt ze. ‘Het gaat vooral om empathiseren en je bewust worden van hoe dingen zijn gelopen. Het is niet de Surinaamse geschiedenis, het is ónze geschiedenis. Daar moeten we wat mee.’
Bagasi, wat we meedragen
Wat betekent het om als maker met Surinaamse roots een koloniaal verleden van je schoonfamilie te onderzoeken?